ECLI:NL:RBNHO:2025:2645

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
6 maart 2025
Publicatiedatum
12 maart 2025
Zaaknummer
15/360375 FT RK 24/916
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285 FaillissementswetArt. 287 FaillissementswetArt. 288 FaillissementswetArt. 289 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling met eerdere ingangsdatum wegens onmogelijkheid minnelijk traject

Schuldenares heeft verzocht om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank beoordeelde of zij aan de wettelijke toelatingseisen voldeed en of er aanleiding was om de looptijd van de WSNP eerder te laten ingaan dan de datum van het vonnis.

Hoewel normaal een minnelijk traject vooraf moet gaan aan een WSNP-verzoek, oordeelde de rechtbank dat schuldenares niet ontvankelijk zou zijn als zij niet eerst een regeling met haar schuldeisers had geprobeerd. Omdat haar ex-partner, mede-hoofdelijke schuldenaar van de hypotheekschuld, spoorloos is en zij geen contact met hem kon krijgen, was het onmogelijk een minnelijk aanbod te doen. Daarom verklaarde de rechtbank haar verzoek ontvankelijk.

De rechtbank stelde vast dat schuldenares voldoet aan de toelatingseisen. Gelet op een recent arrest van de Hoge Raad onderzocht de rechtbank ambtshalve de mogelijkheid van een eerdere ingangsdatum van de WSNP. Aangezien schuldenares vanaf 8 november 2024 in een minnelijk traject zat en toen al begon af te lossen, werd deze datum als aanvang van de WSNP-termijn vastgesteld. De WSNP duurt 18 maanden en eindigt derhalve op 8 mei 2026.

De rechtbank benoemde een rechter-commissaris en een bewindvoerder die gedurende de regeling bevoegdheden krijgen, waaronder het ontvangen en inzien van post en het nemen van een voorschot op het salaris. Tegen de beslissing over de eerdere ingangsdatum kan binnen acht dagen beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam.

Uitkomst: Schuldenares wordt toegelaten tot de WSNP met ingang van 6 maart 2025, waarbij de looptijd ambtshalve wordt vastgesteld vanaf 8 november 2024 tot 8 mei 2026.

Uitspraak

VONNIS TOELATING WSNP

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
zittingsplaats: Alkmaar
afdeling: Handel, Kanton en Insolventie
zaaknummer: 15/360375 FT RK 24/916
naam rechter: mr. J. van der Kluit
insolventienummer: R.15/25/41
uitspraakdatum: 06 maart 2025
in de zaak van: [schuldenares] (hierna: schuldenares)
geboren op: [geboortedatum] 1962 te [plaats 1]
wonende te: [plaats 2]
schuldhulpverlener: gemeente [gemeente].

1.Samenvatting

Schuldenares heeft de rechtbank verzocht om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (wsnp). De rechtbank moet beoordelen of schuldenares voldoet aan de wettelijke eisen die daarvoor gelden. Daarnaast moet de rechtbank (ambtshalve) beoordelen of er aanleiding is om een eerdere ingangsdatum van de wsnp te bepalen.

2.Beslissing van de rechtbank

De rechtbank laat schuldenares met ingang van 6 maart 2025 toe tot de wsnp. De termijn van de wsnp is gaan lopen vanaf 8 november 2024 en eindigt 18 maanden later op 8 mei 2026.

3.Gevolgen voor schuldenaar

  • Schuldenares moet zich gedurende de komende maanden houden aan de verplichtingen van de wsnp. In het eerder toegestuurde stappenplan bij de oproepbrief staat wat die verplichtingen zijn.
  • Zo lang de wsnp duurt, mogen schuldeisers geen betaling eisen voor de al bestaande schulden.
  • Als schuldenares zich aan alle verplichtingen heeft gehouden, komt zij in aanmerking voor de schone lei. Als schuldenares zich niet aan de verplichtingen houdt, kan de wsnp (eerder) worden beëindigd zonder schone lei. Schuldeisers kunnen schuldenares dan weer tot betaling dwingen.

4.Redenen voor deze beslissing

  • De rechtbank verklaart een verzoek van een schuldenaar om toegelaten te worden tot de wsnp niet-ontvankelijk, als er voorafgaand aan het toelatingsverzoek geen minnelijk traject heeft plaats gevonden. De rechtbank kan schuldenaar toch ontvankelijk verklaren in zijn verzoek als aannemelijk is dat het voor een schuldenaar onmogelijk is om een regeling te treffen met zijn schuldeisers omdat hij onvoldoende aflossingsmogelijkheden heeft of andere omstandigheden het onmogelijk maken om een aanbod te doen. In dat geval hoeft schuldenaar niet eerst te hebben geprobeerd tot een regeling met zijn schuldeisers te komen.
  • Schuldenares heeft één schuldeiser. Dit betreft een hypotheekschuld met betrekking tot een woning die schuldenares indertijd, met haar inmiddels ex-partner, heeft gekocht en waarvoor zij beiden hoofdelijk aansprakelijk zijn. In verband met zijn mogelijk (toekomstige) regresrecht op schuldenares, heeft schuldenares geen aanbod tot een schuldregeling gedaan aan de hypotheekbank. Schuldenares zou haar ex-partner kunnen betrekken in een minnelijke schuldregeling. Zij zou hem kunnen voorstellen afstand te doen van een eventueel regresrecht. Ook zou zij in het minnelijk aanbod een schatting kunnen maken van de waarde van de regresvordering waarvan onzeker is of, en in welke mate deze zal ontstaan, afhankelijk van in hoeverre aannemelijk is dat de ex-partner in staat zal zijn de hypotheekschuld te voldoen voor meer dan het gedeelte dat hem aangaat. Maar schuldenares heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat haar ex-partner spoorloos is en dat het haar niet is gelukt om met hem in contact te komen. Het is daardoor voor schuldenares onmogelijk om afspraken te maken met haar ex-partner over de regresvordering of om die op waarde te schatten. De rechtbank acht het daarom aannemelijk dat het voor schuldenares niet mogelijk is geweest om een aanbod te doen aan haar schuldeiser. De rechtbank is dan ook van oordeel dat schuldenares toch ontvankelijk is in haar verzoek.
  • De rechtbank stelt vast dat schuldenares voldoet aan de toelatingseisen.
  • Gelet op het arrest van de Hoge Raad van 20 december 2024
  • Schuldenares is op 8 november 2024 toegelaten tot het schuldhulpverleningstraject. Vanaf dat moment is het minnelijk voortraject gestart. Er lag toen beslag op het inkomen van schuldenares. Daardoor heeft schuldenares gedurende het gehele minnelijke voortraject afgelost op haar schuld aan de hypotheekbank. De rechtbank zal daarom het aanvangsmoment van de termijn van de schuldsaneringsregeling vaststellen op 8 november 2024, omdat zij vanaf die datum in het minnelijk traject is gaan aflossen op haar schuld.
  • De termijn van de wsnp duurt 18 maanden te rekenen vanaf 8 november 2024 en eindigt dus op 8 mei 2026.

5.Stukken waarop dit vonnis is gebaseerd

  • Het verzoekschrift
  • De aantekeningen van de zitting die op 25 februari 2025 plaatsvond. Op deze zitting zijn schuldenares en mevr. [betrokkene] van gemeente [gemeente] (schuldhulpverlener) verschenen.

6.Andere gevolgen van dit vonnis

  • De rechtbank benoemt tot rechter-commissaris: mr. M.P. de Valk
  • De rechtbank benoemt tot bewindvoerder:
[bewindvoerder]
 De bewindvoerder mag een voorschot op het salaris nemen volgens het Besluit salaris bewindvoerder. Dit kan alleen:
- zolang de schuldsaneringsregeling loopt en
- als er genoeg geld op de boedelrekening staat.
 De bewindvoerder ontvangt de komende maanden de post van schuldenares en mag deze inzien.

7.Mogelijkheden om dit vonnis aan te vechten

Dit vonnis kan, voor zover het de beslissing over de eerdere ingangsdatum van de looptijd van de wsnp betreft, binnen acht dagen na de uitspraakdatum worden aangevochten bij het gerechtshof Amsterdam. Dit kan alleen met behulp van een advocaat.
De griffier De rechter