ECLI:NL:RBNHO:2025:2646

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
6 maart 2025
Publicatiedatum
12 maart 2025
Zaaknummer
15/360659 FT RK 25/3
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285 lid 1 sub f FwArt. 349a lid 1 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling met eerdere ingangsdatum

Schuldenares heeft de rechtbank verzocht om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank beoordeelde of aan de wettelijke toelatingseisen was voldaan en onderzocht ambtshalve of de looptijd van de regeling eerder kon aanvangen dan de datum van het vonnis.

De rechtbank stelde vast dat schuldenares aan de toelatingseisen voldeed. Gelet op een recent arrest van de Hoge Raad van 20 december 2024, werd onderzocht of de termijn van de WSNP kon aanvang nemen op een eerdere datum dan de datum van het vonnis. Schuldenares had namelijk vanaf 16 juli 2024 een minnelijk traject gevolgd en gedurende die periode gespaard voor haar schuldeisers.

De rechtbank oordeelde dat deze besparingen kwalificeren als aflossingen in het kader van een buitengerechtelijke schuldregeling, zoals bedoeld in artikel 285 lid 1 sub f van Pro de Faillissementswet. Daarom werd de aanvangsdatum van de WSNP vastgesteld op 16 juli 2024. De looptijd van de regeling bedraagt anderhalf jaar en eindigt derhalve op 16 januari 2026.

Tijdens de zitting op 25 februari 2025 waren schuldenares, haar beschermingsbewindvoerder en schuldhulpverleners aanwezig. De rechtbank benoemde tevens een rechter-commissaris en bewindvoerder voor de duur van de regeling. Schuldenares dient zich te houden aan de verplichtingen van de WSNP, waaronder het niet betalen van schuldeisers gedurende de looptijd, om in aanmerking te komen voor de schone lei.

Het vonnis kan binnen acht dagen na uitspraak worden aangevochten bij het gerechtshof Amsterdam, uitsluitend met bijstand van een advocaat.

Uitkomst: Schuldenares wordt toegelaten tot de WSNP met looptijd vanaf 16 juli 2024 tot 16 januari 2026.

Uitspraak

VONNIS TOELATING WSNP

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
zittingsplaats: Alkmaar
afdeling: Handel, Kanton en Insolventie
zaaknummer: 15/360659 FT RK 25/3
naam rechter: mr. J. van der Kluit
insolventienummer: R.15/25/39
uitspraakdatum: 06 maart 2025
in de zaak van: [schuldenares] (hierna: schuldenares)
geboren op: [geboortedatum] 1967 te [plaats 1]
wonende te: [plaats 2]
schuldhulpverlener: Zaffier.

1.Samenvatting

Schuldenares heeft de rechtbank verzocht om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (wsnp). De rechtbank moet beoordelen of schuldenares voldoet aan de wettelijke eisen die daarvoor gelden. Daarnaast moet de rechtbank (ambtshalve) beoordelen of er aanleiding is om een eerdere ingangsdatum van de wsnp te bepalen.

2.Beslissing van de rechtbank

De rechtbank laat schuldenares met ingang van datum 06 maart 2025 toe tot de wsnp. De termijn van de wsnp gaat lopen vanaf 16 juli 2024 en eindigt dan 18 maanden later op 16 januari 2026.

3.Gevolgen voor schuldenaar

  • Schuldenares moet zich gedurende de komende maanden houden aan de verplichtingen van de wsnp. In het eerder toegestuurde stappenplan bij de oproepbrief staat wat die verplichtingen zijn.
  • Zo lang de wsnp duurt, mogen schuldeisers geen betaling eisen voor de al bestaande schulden.
  • Als schuldenares zich aan alle verplichtingen houdt, komt zij in aanmerking voor de schone lei. Als schuldenares zich niet aan de verplichtingen houdt, kan de wsnp (eerder) worden beëindigd zonder schone lei. Schuldeisers kunnen schuldenares dan weer tot betaling dwingen.

4.Redenen voor deze beslissing

  • De rechtbank stelt vast dat schuldenares voldoet aan de toelatingseisen.
  • Gelet op het arrest van de Hoge Raad van 20 december 2024
  • De termijn van de schuldsaneringsregeling bedraagt anderhalf jaar, te rekenen van de dag van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling, dan wel de dag waarop de eerste aflossing is gedaan in het kader van de buitengerechtelijke schuldregeling als bedoeld in artikel 285, eerste lid, aanhef en onder f, van de Faillissementswet (Fw), indien die dag eerder is gelegen.
  • Gelet op het arrest van de Hoge Raad van 20 december 2024 is de rechtbank (ambtshalve) van oordeel dat er aanleiding bestaat om een eerder aanvangsmoment van de termijn van de schuldsaneringsregeling te bepalen dan het moment waarop de schuldsaneringsregeling met dit vonnis wordt toegepast. De schuldhulpverlener en schuldenares hebben de rechtbank geïnformeerd dat schuldenares op 16 juli 2024 met schuldhulpverlening is gestart en dat schuldenares gedurende het minnelijk voortraject een bedrag van in totaal ongeveer € 2.500,- heeft gespaard ten behoeve van haar schuldeisers. Zij had weliswaar geen afloscapaciteit, maar zij heeft zuinig geleefd en wat zij aan het einde van de maand overhield gespaard. Dit zijn aflossingen in het kader van een buitengerechtelijke schuldregeling zoals bedoeld in artikel 349a lid 1 Fw. Omdat schuldenares vanaf aanvang van het minnelijk traject heeft gespaard en ook haar voordien gespaarde geld ter beschikking heeft gesteld, zal de rechtbank het aanvangsmoment van de termijn van de schuldsaneringsregeling vaststellen op 16 juli 2024, de datum voorop het minnelijk voortraject is gestart.

5.Stukken waarop dit vonnis is gebaseerd

  • Het verzoekschrift
  • De aantekeningen van de zitting die op 25 februari 2025 plaatsvond. Op deze zitting zijn schuldenares, dhr. [betrokkene 1], beschermingsbewindvoerder, en mevr.

6.Andere gevolgen van dit vonnis

  • De rechtbank benoemt tot rechter-commissaris: mr. M.P. de Valk
  • De rechtbank benoemt tot bewindvoerder:
[bewindvoerder]
 De bewindvoerder mag een voorschot op het salaris nemen volgens het Besluit salaris bewindvoerder. Dit kan alleen:
- zolang de schuldsaneringsregeling loopt en
- als er genoeg geld op de boedelrekening staat.
 De bewindvoerder ontvangt de komende maanden de post van schuldenares en mag deze inzien.

7.Mogelijkheden om dit vonnis aan te vechten

Dit vonnis kan, voor zover het de beslissing over de ingangsdatum van de looptijd van de wsnp betreft, binnen acht dagen na de uitspraakdatum worden aangevochten bij het gerechtshof Amsterdam. Dit kan alleen met behulp van een advocaat.
De griffier De rechter