Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- het rapport van de Raad van 30 oktober 2024;
- het F-formulier, met bijlage, van de advocaat van de vader van 13 februari 2025.
Rechtbank Noord-Holland
De vader heeft de rechtbank verzocht om het eenhoofdig gezag over zijn minderjarige kind aan hem toe te wijzen, omdat hij al geruime tijd de volledige zorg en opvoeding draagt, terwijl de moeder het gezag uitoefent maar niet meewerkt. De moeder weigert belangrijke informatie te delen en blokkeert gezagsbeslissingen, waardoor het belang van het kind wordt geschaad.
De Raad voor de Kinderbescherming heeft onderzoek verricht en geadviseerd het gezag aan de vader toe te wijzen, omdat gezamenlijk gezag niet in het belang van het kind is vanwege ernstige communicatieproblemen tussen de ouders. De minderjarige zelf heeft aangegeven bij haar vader te willen wonen en dat zij wil dat hij het gezag krijgt.
De moeder heeft geen verweer gevoerd en is niet op de zitting verschenen. De rechtbank concludeert dat het in het belang van de minderjarige is het gezag aan de vader toe te wijzen en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek van de vader toe en belast hem met het eenhoofdig gezag over de minderjarige.