Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Het procesverloop
2.Het geschil in het incident
3.De beoordeling in het incident
4.De beslissing
in de hoofdzaak:
Rechtbank Noord-Holland
In deze civiele procedure vordert de vervoerder in een incident dat AirHelp niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar vorderingen wegens een ongeldige cessie van het vorderingsrecht van een passagier. De vervoerder stelt dat het vorderingsrecht niet overdraagbaar is of dat het overdrachtsdocument niet geschikt is.
De kantonrechter overweegt dat een incident een procedurele aangelegenheid is en dat de beoordeling van de geldigheid van de cessie een materiële kwestie betreft die in de hoofdzaak moet worden behandeld. Het incident kan niet worden gebruikt om de hoofdvordering af te wijzen.
Daarom wordt de incidentele vordering van de vervoerder afgewezen en wordt de vervoerder veroordeeld in de proceskosten van het incident. De zaak wordt verwezen naar de rol voor verdere behandeling van de hoofdzaak, waarbij de vervoerder een conclusie van antwoord zal indienen.
De kantonrechter bepaalt dat de zaak op 9 april 2025 zal worden voortgezet en houdt verdere beslissingen aan. De proceskosten aan de zijde van AirHelp worden begroot op €135,00.
Uitkomst: De incidentele vordering tot niet-ontvankelijkheid van AirHelp wordt afgewezen en de zaak wordt verwezen naar de rol voor verdere behandeling.