ECLI:NL:RBNHO:2025:2850
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Echtscheiding met afwijzing partnerbijdrage en financiële afwikkeling
De rechtbank Noord-Holland heeft op 11 februari 2025 de echtscheiding uitgesproken tussen partijen die gehuwd waren te een plaats op een huwelijksdatum. De vrouw verzocht om een partnerbijdrage van €375 per maand, terwijl de man dit verzoek afwees en een tegenvordering deed voor een partnerbijdrage van €531 per maand na pensioenverevening.
De rechtbank behandelde drie geschilpunten: de aanvullende verdiencapaciteit van de man, het al dan niet interen op het vermogen uit de verkoop van de echtelijke woning, en de woonlasten van de vrouw. Gezien de pensioengerechtigde leeftijd van de man werd geen aanvullende verdiencapaciteit aangenomen. Het vermogen uit de woningverkoop werd buiten beschouwing gelaten omdat beide partijen een gelijk bedrag ontvingen. De rechtbank ging akkoord met het gebruik van de werkelijke woonlast van de vrouw (€1.117,03) in plaats van het forfaitaire woonbudget.
Na berekening van de behoefte, draagkracht en inkomensvergelijking bleek dat een partnerbijdrage van €22 bruto per maand aan de vrouw zou toekomen, maar dit werd als onvoldoende geacht om recht te doen aan de situatie. Daarom stelde de rechtbank geen partnerbijdrage vast. Partijen bereikten overeenstemming over de financiële afwikkeling, inclusief een betaling van €7.313 wegens overbedeling door de vrouw aan de man, en verleenden elkaar finale kwijting.
De rechtbank wees het meer of anders verzochte af en benadrukte dat zij geen bevoegdheid heeft om de wijze van verdeling vast te stellen nu partijen overeenstemming hebben bereikt. Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot partnerbijdrage af en spreekt de echtscheiding uit met financiële afwikkeling op basis van overeenstemming.