Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Gemeente Den Helder
Rechtbank Noord-Holland
Eiser exploiteert sinds 1994 een coffeeshop in Den Helder en beschikt over een exploitatievergunning geldig tot 1 januari 2025. De gemeente voert een streng coffeeshopbeleid en wil geen coffeeshops meer in de betreffende straat na die datum. Eiser vroeg tijdig verlenging van de vergunning en een tijdelijke voortzetting van de exploitatie, maar de gemeente weigerde dit vanwege een lopend Bibob-onderzoek.
Eiser vordert in kort geding dat de gemeente wordt veroordeeld tot het dulden van de exploitatie tot een besluit is genomen. De gemeente stelt dat dit leidt tot onaanvaardbare doorkruising van publiekrecht en dat eiser geen zwaarwegend belang heeft. De voorzieningenrechter oordeelt dat de civiele rechter bevoegd is, maar terughoudend moet zijn om in te grijpen in bestuursrechtelijke besluitvorming.
De belangenafweging leidt tot afwijzing van het verzoek. Het financiële belang van eiser is onvoldoende onderbouwd en weegt niet op tegen het belang van de gemeente bij handhaving van het beleid en het afwachten van het Bibob-advies. Eiser heeft bovendien te laat verlenging aangevraagd en daarmee het risico genomen dat geen tijdige beslissing wordt genomen.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af en benadrukt dat eiser de bestuursrechtelijke weg moet volgen zodra een besluit is genomen. De proceskosten worden aan eiser opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voortzetting van de exploitatie zonder geldige vergunning wordt afgewezen.