De passagier had een vervoersovereenkomst met EasyJet Europe voor een vlucht van Amsterdam naar Kopenhagen op 11 december 2022, die door de vervoerder werd geannuleerd vanwege een storende passagier op een eerdere vlucht.
De passagier vorderde compensatie van €250, wettelijke rente, incassokosten en proceskosten op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004. De vervoerder voerde aan dat sprake was van buitengewone omstandigheden waardoor compensatie niet verschuldigd zou zijn.
De kantonrechter oordeelde dat de vervoerder niet had onderbouwd dat alle redelijke maatregelen waren genomen om de vertraging te beperken, wat vereist is bij een beroep op buitengewone omstandigheden. Daarom werd de compensatie toegewezen, evenals de gevorderde incassokosten en proceskosten.
De kantonrechter veroordeelde de vervoerder tot betaling van in totaal €290 plus wettelijke rente over €250, proceskosten en nakosten. Tevens werd een certificaat voor de Europese procedure voor geringe vorderingen aan de beschikking gehecht.
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open.