AirHelp Germany GmbH heeft namens passagiers compensatie geëist van de vervoerder Turk Havayollari A.O. wegens een vlucht van Istanbul naar New Delhi die met meer dan drie uur vertraging aankwam. De passagiers hadden hun vorderingsrecht aan AirHelp overgedragen. De vervoerder stelde dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk slechte weersvoorspellingen waaronder zandstorm, slecht zicht, harde wind en onweersbuien, en dat de gezagvoerder daarom besloot de vlucht vertraagd uit te voeren.
AirHelp betwistte de weersomstandigheden en voerde aan dat ook een toestelwijziging kort voor vertrek mogelijk tot de vertraging had geleid. De vervoerder stelde dat het besluit van de gezagvoerder niet separaat wordt vastgelegd maar blijkt uit de vertragingscode en het TAF-bericht, en dat de vermeende toestelwijziging niet tot vertraging kon leiden omdat het toestel tijdig klaarstond.
De kantonrechter oordeelde dat de vervoerder voldoende bewijs had geleverd van de slechte weersomstandigheden en dat het besluit van de gezagvoerder om de vlucht vertraagd uit te voeren marginaal moet worden getoetst vanwege de vliegveiligheid. Er was geen aanwijzing dat de beslissing onredelijk was of binnen de risicosfeer van de vervoerder lag. Ook was vastgesteld dat alle redelijke maatregelen waren genomen om de vertraging te voorkomen.
Daarom slaagde het beroep op buitengewone omstandigheden en werd de vordering van AirHelp afgewezen. AirHelp werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten en nakosten. Het vonnis werd uitgesproken door kantonrechter S.N. Schipper op 5 maart 2025 te Haarlem.