De zaak betreft een geschil tussen werknemer [eiser] en werkgever Inco over de vraag of Inco het volgens haar teveel betaalde loon tijdens ziekte mocht verrekenen met de eindafrekening en of [eiser] recht heeft op winstuitkeringen.
De arbeidsovereenkomst van [eiser] met Inco liep tot 1 juni 2023, met een wijziging in 2021 waarbij het ziekteverlofloon werd verlaagd van 100% naar 70%. Inco betaalde echter vanaf de ziekmelding op 17 oktober 2022 tot en met april 2023 100% van het loon, waarna zij stelde teveel te hebben betaald en dit wilde verrekenen. De kantonrechter oordeelt dat Inco door deze fout gerechtvaardigd vertrouwen heeft gewekt en dat verrekening in strijd is met goed werkgeverschap.
Daarnaast vordert [eiser] winstuitkeringen over de jaren 2018 tot en met 2022. Over 2018 is het verjaringverweer verworpen. Voor 2018 geldt een pro rata berekening vanwege gedeeltelijk dienstverband. Over 2019 en 2021 moeten winst- en verliesrekeningen worden overgelegd om het recht op winstuitkering te beoordelen. Voor 2022 is vastgesteld dat [eiser] recht heeft op een variabele winstuitkering van €4.500 bruto, omdat Inco onvoldoende heeft onderbouwd dat hij niet aan de KPI’s voldeed.
De kantonrechter wijst partijen aan om nadere stukken en berekeningen te overleggen en houdt verdere beslissing aan. De zaak wordt op 23 april 2025 voortgezet voor het overleggen van de winst- en verliesrekeningen en verdere processtukken.