Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
- een (baby)boekje met daarin een (aardappelschil)mes en/of met de tekst: 'weet je zeker dat je die kleine jongen weg blijft houden?' en/of;
- een brief met daarin de tekst: 'dit is nacht twee, ik wacht een paar dagen en dan sta ik binnen. Of ik gewoon vandaag of morgen door de deur heen kom voor je neus sta of voor wie dan ook. Het gaat fout aflopen’ en/of 'ik wil alleen deel uit maken van me zoon' en/of 'ik ga bijna oorlog mannetjes zien lopen in mijn hoofd en dan is het te laat';
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
Bijlage Ibij dit vonnis zijn vermeld.
De verdachte heeft niet ontkend dat hij een babyboekje met daarin de tekst en een aardappelschilmesje, en een dag later een brief met daarin de ten laste gelegde teksten in de brievenbus van [slachtoffer 1] heeft gedaan. Het verweer is dat deze gedragingen niet zijn aan te merken als bedreigend.
- een (baby)boekje met daarin een (aardappelschil)mes en met de tekst: 'weet je zeker dat je die kleine jongen weg blijft houden?' en;
- een brief met daarin de tekst: 'dit is nacht twee, ik wacht een paar dagen en dan sta ik binnen. Of ik gewoon vandaag of morgen door de deur heen kom voor je neus sta of voor wie dan ook. Het gaat fout aflopen’ en 'ik ga bijna oorlog mannetjes zien lopen in mijn hoofd en dan is het te laat';
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, terwijl deze bedreiging schriftelijk en onder een bepaalde voorwaarde geschiedt, meermalen gepleegd
mishandeling
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partij zou in de gelegenheid kunnen worden gesteld de vordering nader te onderbouwen, maar dit zou een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren. De benadeelde partij kan daarom niet in de vordering worden ontvangen en kan de vordering voor wat betreft deze kosten slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
Gelet op artikel 6:106 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) ontstaat het recht op vergoeding van immateriële schade als gevolg van onrechtmatig handelen, onder meer in het geval van aantasting in de persoon door het oplopen van lichamelijk letsel. Nu in deze zaak sprake is geweest van aantasting in de persoon door het oplopen van lichamelijk letsel, bestaat een wettelijke grondslag voor de vordering van de benadeelde partij en mogen ook de andere niet als lichamelijk letsel te kwalificeren gevolgen worden meegewogen in de vaststelling van de omvang van de schade naar billijkheid. De rechtbank heeft daarbij onder meer gekeken naar de bedragen die in soortgelijke zaken worden toegekend. Haar komt een vergoeding van de gevorderde immateriële schade tot een bedrag van € 400,- billijk voor. De rechtbank zal het overige deel van de gevorderde immateriële schade afwijzen.
8.Vordering tot tenuitvoerlegging
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[slachtoffer 3]geleden schade tot een bedrag van
400,00 (vierhonderd) euro, als vergoeding voor immateriële schade en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 12 september 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 3], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.