ECLI:NL:RBNHO:2025:3214

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
17 maart 2025
Publicatiedatum
25 maart 2025
Zaaknummer
C/15/362977 / FA RK 25-1275
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:11 WvggzArt. 8:12 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging zorgmachtiging wegens imperatieve hallucinaties en veiligheidsrisico

De rechtbank Noord-Holland behandelde op 17 maart 2025 het verzoek van de officier van justitie tot wijziging van een zorgmachtiging voor betrokkene, die lijdt aan imperatieve hallucinaties. Betrokkene hoort stemmen die hem opdrachten geven om onder meer anderen te vermoorden, wat heeft geleid tot bedreiging van een medepatiënt en een eerdere ernstige zelfmoordpoging.

De zorgmachtiging, verleend op 26 februari 2025, voorzag niet in insluiting en toezicht die noodzakelijk bleken om het dreigend ernstig nadeel af te wenden. De zorgverantwoordelijke heeft daarom verzocht om wijziging op grond van artikel 8:12 Wvggz Pro. Tijdens de zitting bevestigden betrokkene en de psychiater de aanhoudende problematiek.

De rechtbank oordeelde dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn en dat de aanvullende verplichte zorg proportioneel en noodzakelijk is. De zorgmachtiging wordt daarom gewijzigd met de toevoeging van insluiting en toezicht, telkens maximaal zeven dagen, naast de reeds bestaande zorgvormen. De beschikking is openbaar uitgesproken en schriftelijk vastgesteld op 25 maart 2025.

Uitkomst: De zorgmachtiging wordt gewijzigd met toevoeging van insluiting en toezicht wegens imperatieve hallucinaties en veiligheidsrisico.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd
locatie Alkmaar
wijziging zorgmachtiging
zaak-/rekestnr.: C/15/362977 / FA RK 25-1275
beschikking van de enkelvoudige kamer van 17 maart 2025,
naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het wijzigen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 8:12 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] te [plaats] ( [land] ),
wonende te [plaats] ,
thans verblijvende in [accommodatie]
,
hierna: betrokkene,
advocaat: mr. F.J. Mascini, kantoorhoudende te Haarlem.

1.Procedure

1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 13 maart 2025, heeft de officier van justitie verzocht om wijziging van de zorgmachtiging, zoals die op 26 februari 2025 ten aanzien van betrokkene is afgegeven.
1.2.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- de beschikking van deze rechtbank van 26 februari 2025, waarbij voor betrokkene een zorgmachtiging is verleend tot en met 26 augustus 2025;
- het zorgplan van 11 februari 2025;
- de medische verklaring van 24 februari 2025;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 24 februari 2025;
- een afschrift van de beschikking van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar; waarbij een zorgmachtiging is verleend van 26 februari 2025;
- de aanvraag wijziging zorgmachtiging van de zorgverantwoordelijke van 5 maart 2025;
- de aanvullende medische verklaring van 11 maart 2025;
- het zorgplan van 11 maart 2025;
- het advies van de geneesheer-directeur van 13 maart 2025.
1.3.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 17 maart 2025 in voornoemde accommodatie.
1.4.
Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- [psychiater] , psychiater;
- [verpleegkundige] , verpleegkundige.
Ten behoeve van betrokkene is bijstand verleend door een tolk in de taal [taal] .
1.5.
De officier van justitie heeft aangegeven niet ter zitting te zullen verschijnen.

2.Beoordeling

2.1.
Ten aanzien van betrokkene is bij beschikking van 26 februari 2025 een zorgmachtiging afgegeven met de in de beschikking vermelde vormen van verplichte zorg. Uit de aanvraag van de zorgverantwoordelijke, die door de geneesheer-directeur is ingediend vergezeld van zijn advies hierover, blijkt dat de in deze zorgmachtiging genoemde vormen van verplichte zorg niet langer volstaan om het dreigend ernstig nadeel af te wenden, waardoor er sprake is van een noodsituatie als bedoeld in artikel 8:11 Wvggz Pro. Omdat de verwachting is dat het insluiten van betrokkene met cameratoezicht ook nog nodig is na de maximale wettelijke termijn van 3 dagen, is op grond van artikel 8:12 Wvggz Pro een wijziging van de zorgmachtiging verzocht.
2.2.
Ter toelichting van het verzoek is aangevoerd dat betrokkene last heeft van imperatieve hallucinaties. Betrokkene hoort stemmen die hem opdrachten geven, onder meer om anderen te vermoorden. Hij heeft hierdoor een medepatiënt bedreigd met de dood. Betrokkene was hierop niet aanspreekbaar; het was voor hem een feit dat hij de medepatiënt ging vermoorden. Eerder heeft betrokkene een ernstige zelfmoordpoging gedaan in opdracht van de stemmen. Betrokkene heeft meermaals aan behandelaren verteld niet in staat te zijn om weerstand te bieden aan de stemmen.
2.3.
Teneinde de noodsituatie af te wenden heeft de zorgverantwoordelijke, bij wijze van tijdelijke maatregel, de volgende vormen van verplichte zorg toegepast:
- het insluiten van betrokkene;
- het uitoefenen van toezicht op betrokkene.
2.4.
Gebleken is dat deze vormen van zorg, die niet zijn opgenomen in de zorgmachtiging, ook na verloop van drie dagen moeten worden voortgezet. Door de psychiater is ter zitting toegelicht dat betrokkene nog steeds last heeft van stemmen, wat door betrokkene is bevestigd. Momenteel verblijft betrokkene niet meer in de EBK, maar in de ICU-kamer. Gehoopt wordt dat insluiting uit veiligheidsoverwegingen niet meer nodig is. Dit is echter onzeker omdat een psychose vaak een wisselend verloop heeft. De psychiater acht het daarom noodzakelijk dat de kliniek gedurende de resterende looptijd van de zorgmachtiging de mogelijkheid heeft om betrokkene in te sluiten indien dit vanuit veiligheidsoverwegingen noodzakelijk is.
2.5.
De advocaat van betrokkene heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank en betrokkene heeft zelf verklaard begrip te hebben voor het verzoek tot wijziging van de zorgmachtiging.
2.6.
Gelet op de stukken, de verkregen informatie en de bespreking ter zitting is de rechtbank van oordeel dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn die hetzelfde beoogde effect hebben als de aanvullend verzochte vormen van verplichte zorg. De verzochte wijziging van de zorgmachtiging is naar het oordeel van de rechtbank gebaseerd op goede gronden, evenredig en naar verwachting effectief en veilig.
2.7.
Gelet op het voorgaande voldoet de verzochte wijziging van de zorgmachtiging aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. Het verzoek zal dan ook worden toegewezen, aldus dat de in de zorgmachtiging toegestane vormen van verplichte zorg worden aangevuld met:
- het insluiten van betrokkene;
- het uitoefenen van toezicht op betrokkene.

3.Beslissing

De rechtbank:
3.1.
wijzigt de bij beschikking van 26 februari 2025 verleende zorgmachtiging voor [betrokkene] geboren op [geboortedatum] te [plaats] ( [land] ), welke machtiging geldig is tot en met uiterlijk 26 augustus 2025,
aldus dat gedurende de resterende looptijd van de zorgmachtiging de volgende vormen en duur van verplichte zorg zijn toegestaan:
- het toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van bewegingsvrijheid, telkens maximaal 3 maanden;
- het insluiten van betrokkene, telkens maximaal 7 dagen;
- het uitoefenen van toezicht op betrokkene, telkens maximaal 7 dagen;
- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie, telkens maximaal 3 maanden.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.P. van der Haak, rechter, in tegenwoordigheid van mr. A. Kuip als griffier en in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2025.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 25 maart 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.