De passagiers vorderden compensatie van de vervoerder Easyjet Airline Company Limited wegens annulering van vlucht U2 3009 van Londen naar Amsterdam op 23 juni 2016. De vervoerder stelde dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden en dat hij alle redelijke maatregelen had getroffen om de gevolgen te beperken.
De rechtbank stelde vast dat de vervoerder onvoldoende had onderbouwd dat hij de passagiers had omgeboekt naar alternatieve vluchten, hetgeen redelijkerwijs van hem mocht worden verwacht. De passagiers betwistten dat zij alternatieve vluchten hadden aangeboden gekregen en hadden zelf alternatieve vervoersmiddelen geregeld.
De rechtbank oordeelde dat de vervoerder niet had aangetoond dat hij alle redelijke maatregelen had getroffen om de vertraging te voorkomen of te beperken. Daarom moest de vervoerder compensatie betalen aan de passagiers. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De vervoerder werd veroordeeld tot betaling van € 2.500, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 23 juni 2016, en tot vergoeding van proceskosten en nakosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.