Uitspraak
1.De procedure
- de akte van DGB Energie.
Rechtbank Noord-Holland
In deze zaak vordert DGB Energie betaling van kosten op basis van een overeenkomst met [gedaagde]. De kantonrechter stelde DGB Energie in een tussenvonnis in de gelegenheid om toe te lichten hoe het verbruik in de offerte was geschat en hoe dit zich verhoudt tot het gemiddelde verbruik van een eenpersoonshuishouden in een appartement.
DGB Energie gaf aan dat het verbruik een schatting betrof en dat pas na registratie van de klant het daadwerkelijke historisch verbruik bekend wordt. Echter, zij kon niet toelichten op welke gegevens de schatting was gebaseerd en waarom de uiteindelijke kosten hoger waren dan de offerte aangaf.
De kantonrechter oordeelde dat DGB Energie zich schuldig had gemaakt aan misleidende handelspraktijken zoals bedoeld in artikel 6:193b lid 3 sub a jo. 6:193c lid 1 sub d BW. Op grond van artikel 6:193j lid 3 BW is de overeenkomst vernietigbaar en wordt deze vernietigd.
Daarmee worden de vorderingen van DGB Energie afgewezen en is zij veroordeeld tot betaling van de proceskosten, die voor [gedaagde] nihil worden vastgesteld.
Uitkomst: De vorderingen van DGB Energie worden afgewezen en de overeenkomst wordt vernietigd wegens misleidende handelspraktijken.