Uitspraak
1.[eiser 1],
[eiser 2]
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
Rechtbank Noord-Holland
Eisers vorderden dat gedaagde wordt bevolen om overhangende takken van een boom, pampusgras nabij de erfgrens en overhangende planten aan de voorzijde te verwijderen, onder verbeurte van dwangsommen. Tevens werd gevorderd dat gedaagde aansprakelijk wordt gesteld voor de kosten van herstel van de oprit vanwege bamboewortelschade.
De rechtbank constateerde dat takken overhingen, maar oordeelde dat dit een normale uitoefening van eigendomsrecht betreft en onvoldoende onrechtmatige hinder oplevert. De stelling van gevaar door afgebroken takken en hinder door bladafval werd onvoldoende onderbouwd. Ook de vorderingen tot verwijdering van pampusgras en planten werden afgewezen wegens gebrek aan bewijs van onrechtmatige hinder.
Ten aanzien van de oprit stelde de rechtbank vast dat de bamboe was verwijderd en dat geen zichtbare schade of risico op toekomstige schade voldoende was aangetoond. De vordering tot aansprakelijkheid voor herstelkosten werd daarom afgewezen.
De proceskosten werden aan eisers opgelegd. Het vonnis werd gewezen door kantonrechter M.W. Koenis en op 8 januari 2025 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Vorderingen tot verwijdering van begroeiing en aansprakelijkheid voor opritbeschadiging worden afgewezen.