De passagiers hadden een vervoersovereenkomst met de vervoerder voor een vlucht van Prague-Ruzyne Airport naar Amsterdam-Schiphol op 11 april 2022, die door de vervoerder werd geannuleerd. De vervoerder beriep zich op buitengewone omstandigheden, namelijk een staking van de luchtverkeersleiding in Italië, als reden voor de annulering.
De passagiers vorderden compensatie op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004. De kantonrechter stelde vast dat de vervoerder onvoldoende had onderbouwd dat hij alle redelijke maatregelen had genomen om de vertraging op de eindbestemming te beperken. De passagiers waren omgeboekt naar een alternatieve vlucht meer dan 24 uur later, met een vertraging van ruim 96 uur, zonder dat de vervoerder had aangetoond dat geen eerdere alternatieven beschikbaar waren.
Daarom werd het verzoek van de passagiers toegewezen tot betaling van € 750,- per passagier, vermeerderd met wettelijke rente en incassokosten. Ook werden de proceskosten aan de vervoerder opgelegd. De beschikking werd gegeven door kantonrechter M.W. Koenis en is onherroepelijk.