ECLI:NL:RBNHO:2025:3615

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
31 maart 2025
Publicatiedatum
2 april 2025
Zaaknummer
C/363090/HA RK-25-41
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 8:29 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens ontbreken behandelend rechter in bestuurszaak

Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen een bestuursrechter in een zaak over een besluit van de Raad van Bestuur van het Kadaster op grond van de Wet open overheid (Woo). De wrakingskamer oordeelde dat het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk is omdat aan de hoofdzaak nog geen rechter was gekoppeld en er dus geen behandelend rechter was om te wraken.

Verzoekster stelde dat de rechtbank partijdig was vanwege een brief waarin werd meegedeeld dat ongelakte stukken aan de rechtbank waren verstrekt met toepassing van artikel 8:29 Awb Pro. De wrakingskamer overwoog dat deze brief een administratieve mededeling is en geen rechterlijke beslissing, en dat het wrakingsverzoek feiten moet bevatten die betrekking hebben op de persoon van een behandelend rechter.

De wrakingskamer besloot daarom het verzoek zonder mondelinge behandeling ongegrond te verklaren en wees verzoekster op het ontbreken van een rechtsmiddel tegen deze beslissing.

Uitkomst: Verzoekster is niet-ontvankelijk verklaard in haar wrakingsverzoek omdat nog geen behandelend rechter aan de hoofdzaak was gekoppeld.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

[jw.sys.1.zaaknr] / [jw.sys.1.rolnummer_rekestnr][datum_beslissing]
Wrakingskamer
zaaknummer / rekestnummer: C/15/ 363090 HA RK 25-41
Beslissing van 31 maart 2025
Op het verzoek tot wraking ingediend door:
[verzoekster] ,
[adres] ,
verzoekster.

1.Procesverloop

1.1.
Verzoekster heeft bij de rechtbank, sector bestuursrecht, op 14 augustus 2024 beroep ingesteld tegen een besluit van de Raad van Bestuur van het Kadaster. De zaak heeft betrekking op een besluit genomen op grond van de Wet open overheid (Woo). De zaak is bekend onder zaaknummer HAA 24/5409.
1.2.
Bij brief van 13 maart 2025 heeft verzoekster een wrakingsverzoek ingediend.
1.3.
Bij e-mail van 17 maart 2025 heeft de griffier van de wrakingskamer het wettelijk kader geschetst en verzoekster verzocht of zij haar verzoek wil handhaven of intrekken. Op 17 en 18 maart 2025 heeft verzoekster met drie e-mailberichten gereageerd, kort gezegd inhoudende dat zij haar verzoek handhaaft.
1.3.
De wrakingskamer heeft op grond van de hierna opgenomen overwegingen besloten geen datum te bepalen voor een mondelinge behandeling van het verzoek door de wrakingskamer.

2.Het standpunt van verzoekster

2.1.
Verzoekster heeft het volgende ten grondslag gelegd aan het wrakingsverzoek. Verzoekster heeft op 10 maart 2025 een brief ontvangen van de rechtbank waarin is opgenomen dat de Raad van Bestuur van het Kadaster ongelakte stukken aan de rechtbank heeft gestuurd, met daarbij het verzoek om toepassing te geven aan artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In deze brief deelt de rechtbank aan verzoekster mede dat alleen de rechtbank van deze stukken kennisneemt en dat de toestemming daarvoor van rechtswege is verleend.
2.2.
Verzoekster stelt dat een dergelijke beslissing niet mogelijk is in een geheimhoudingsverzoek en kennelijk alleen bedoeld is om exclusief de belangen van verweerder te behartigen. Verzoekster stelt dat dit handelen van de bestuursrechter niet anders kan worden aangemerkt dan vooringenomen dan wel partijdig.

3.De beoordeling

3.1.
Artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen, op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Hieruit volgt dat een wrakingsverzoek feiten en omstandigheden moet bevatten die specifiek betrekking hebben op de persoon van één of meer bij de zaak betrokken rechters.
3.2.
De wrakingskamer kan het wrakingsverzoek zonder behandeling ter zitting aanstonds ongegrond of niet-ontvankelijk verklaren indien het wrakingsverzoek geen betrekking heeft op de met de behandeling van de zaak belaste rechter of is gericht tegen het hele college (artikel 5, tweede lid, aanhef en onder e, van het wrakingsprotocol van de rechtbank Noord-Holland).
3.3.
De wrakingskamer overweegt dat aan de hoofdzaak nog geen rechter is gekoppeld. Er is dus (nog) geen behandelend rechter. Verzoekster is daarom kennelijk niet-ontvankelijk in haar wrakingsverzoek. Dit is ook de reden dat zij niet is gehoord op het verzoek.
3.4.
Overigens geldt dat de brief van 10 maart 2025 een administratieve mededeling is, waar geen rechterlijke beslissing aan te pas komt. Artikel 8:29, zesde lid, van de Awb, bepaalt dat inzake het beroep tegen een besluit op grond van de Woo de toestemming aan de rechtbank om ongelakte stukken in te zien, van rechtswege is verleend.

4.Beslissing

De wrakingskamer verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven door mr. T. van Muijden, voorzitter, mr. H.P. van der Lelie en mr. J. van Beek, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van mr. N.L. Pruntel, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2025.[concipiënt_initialen]
griffier voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.