De kantonrechter van de Rechtbank Noord-Holland heeft op 31 maart 2025 het verzoek van betrokkene tot opheffing van het bewind afgewezen. Betrokkene is niet verschenen ondanks behoorlijke oproeping. Het bewind was ingesteld wegens verkwisting en problematische schulden.
Betrokkene stelde dat hij het bewind wilde opheffen omdat hij FHV Castricum B.V. niet vertrouwde, geen toegang kreeg tot zijn pinpas, papieren en leefgeld, en dat hij zijn zaken nu zelf kon regelen met hulp van zijn moeder. FHV voerde tegen dat betrokkene door langdurig middelengebruik hersenbeschadiging heeft opgelopen, geen ziekte-inzicht heeft en niet in staat is zijn financiën te beheren. Tevens was betrokkene gedwongen opgenomen geweest in een psychiatrische kliniek na ernstige escalaties.
De kantonrechter oordeelde dat de noodzaak van het bewind nog steeds aanwezig is en wijzigde de grond van het bewind naar geestelijke of lichamelijke toestand. De publicatie in het Curatele- en Bewindregister blijft gehandhaafd en de jaarbeloning van de bewindvoerder werd vastgesteld volgens de geldende regeling.