Betrokkene verzoekt opheffing van het bewind dat sinds 1 juni 2018 over haar goederen is ingesteld. Zij stelt dat haar situatie aanzienlijk is verbeterd en dat zij nu in staat is haar financiën zelfstandig te beheren. Betrokkene heeft een stabiel inkomen dankzij een jaarcontract en volgt een BBL-opleiding. Tevens is zij vrijwel schuldenvrij geworden dankzij coaching van de vorige bewindvoerder.
De huidige bewindvoerder is tegen opheffing omdat betrokkene geen zelfredzaamheidstraject heeft afgerond en er communicatieproblemen zijn ontstaan. De bewindvoerder twijfelt aan haar vermogen om zelfstandig met financiële en administratieve zaken om te gaan.
De kantonrechter constateert dat de relatie tussen betrokkene en bewindvoerder ernstig verstoord is. Gezien de positieve omstandigheden, het ontbreken van schulden, het stabiele inkomen en de ondersteuning van moeder en budgetcoach, geeft de kantonrechter betrokkene het voordeel van de twijfel en heft het bewind op met ingang van twee weken na de uitspraak. Tevens wordt de vergoeding voor de bewindvoerder vastgesteld.