ECLI:NL:RBNHO:2025:3620
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- T. van Muijden
- H.P. van der Lelie
- J. van Beek
- Rechtspraak.nl
Toewijzing wrakingsverzoek wegens schending onpartijdigheid rechter
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter in een kort gedingprocedure. De wrakingskamer oordeelde dat het wrakingsverzoek tijdig was ingediend, omdat de rechter nog niet was begonnen met het doen van een einduitspraak toen het verzoek werd gedaan.
De rechter negeerde het wrakingsverzoek en deed toch mondeling uitspraak, wat in strijd is met artikel 37, vijfde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Hoewel er geen aanwijzingen waren voor daadwerkelijke vooringenomenheid, ontstond bij verzoeker de objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid.
De wrakingskamer concludeerde dat deze uitzonderlijke omstandigheid een zwaarwegende aanwijzing vormt dat de onpartijdigheid van de rechter is geschaad. Daarom werd het wrakingsverzoek toegewezen en werd bepaald dat de hoofdzaak door een andere rechter zal worden behandeld.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt toegewezen en de hoofdzaak wordt voortgezet door een andere rechter.