ECLI:NL:RBNHO:2025:3625
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling revisierente bij afkoop lijfrente spaarkasovereenkomst
Eiseres ontving in 2021 een bedrag van € 9.924 uit een spaarkasovereenkomst die dertig jaar eerder was afgesloten. De Belastingdienst rekende dit bedrag tot haar belastbaar inkomen en bracht revisierente en belastingrente in rekening. Eiseres stelde dat zij de inleg van € 5.000 nooit in aftrek had gebracht, maar kon dit niet met bewijs onderbouwen.
De rechtbank oordeelde dat de spaarkasovereenkomst kwalificeert als een lijfrente overeenkomst volgens de Wet IB 2001, waarbij premies aftrekbaar zijn en uitkeringen belast. Afkoop van de lijfrente wordt als strijdig met de voorwaarden beschouwd, waardoor de volledige afkoopsom belast wordt en revisierente verschuldigd is.
Omdat eiseres niet aannemelijk kon maken dat zij de premies niet in aftrek had gebracht, was de gehele afkoopsom belastbaar. De rechtbank vond dat de Belastingdienst de revisierente terecht en correct had berekend. Ook de belastingrente was terecht in rekening gebracht, aangezien eiseres hiertegen geen gegronde bezwaren had aangevoerd.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd mondeling gedaan op 4 maart 2025 door rechter J. Snitker in aanwezigheid van griffier H. van Lingen.
Uitkomst: Het beroep tegen de in rekening gebrachte revisierente en belastingrente wordt ongegrond verklaard.