ECLI:NL:RBNHO:2025:3631

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
31 maart 2025
Publicatiedatum
2 april 2025
Zaaknummer
11519187 CB VERZ 25-10 jb
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:451 lid 3 BWArt. 1:453 lid 3 BW
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek ondercuratelestelling en instelling mentorschap voor tante

Een nicht heeft bij de rechtbank Noord-Holland verzocht om ondercuratelestelling van haar tante, met haarzelf als curator, vanwege het syndroom van Korsakov van de tante en vermoedens van misbruik door de kinderen van de overleden partner van de tante. De nicht stelde dat de tante niet meer voor zichzelf kan zorgen en dat de stiefkinderen misbruik maken van haar situatie, onder meer door zich op te werpen als contactpersonen in het ziekenhuis en informatie achter te houden.

Tijdens de mondelinge behandeling verklaarde de dochter van de overleden partner dat zij als contactpersoon is opgegeven door de tante zelf en dat zij betrokken is bij de zorg. Zij ontkende financieel misbruik en gaf aan dat de tante haar financiën zelf beheert, met hulp bij internetbankieren. De tante zelf gaf aan geen ondercuratelestelling te willen, maar stond wel een mentorschap toe en gaf haar voorkeur aan de dochter van de overleden partner als mentor.

De kantonrechter oordeelde dat de noodzaak voor ondercuratelestelling niet was aangetoond en dat er geen bewijs was van financieel misbruik door de stiefkinderen. Ook werd vastgesteld dat de financiën van de tante goed worden beheerd. Wel is aannemelijk dat de tante vanwege haar gezondheidstoestand niet al haar niet-vermogensrechtelijke belangen zelf kan behartigen. Daarom werd het verzoek tot ondercuratelestelling afgewezen, maar werd ambtshalve een mentorschap ingesteld met benoeming van de dochter van de overleden partner als mentor, conform de voorkeur van de tante.

Uitkomst: Verzoek tot ondercuratelestelling afgewezen; mentorschap ingesteld met benoeming van dochter van overleden partner als mentor.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Haarlem
Zaaknummer: 11519187 CB VERZ 25-10 jb
Uitspraakdatum: 31 maart 2025

Beschikking van de kantonrechter

Op verzoek van:
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
van wie het adres bekend is bij deze rechtbank,
hierna ook te noemen: verzoeker,
met betrekking tot:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
van wie het adres bekend is bij deze rechtbank,
hierna ook te noemen: betrokkene.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
  • het verzoekschrift met bijlage, ter griffie ingekomen op 30 januari 2025;
  • de bereidverklaring van de voorgestelde curator.
Op 11 maart 2025 heeft een mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden, in aanwezigheid van verzoeker, betrokkene en [dochter overleden partner] .

beoordeling

Het verzoek strekt tot ondercuratelestelling van betrokkene. Verzoeker heeft daartoe aangevoerd dat betrokkene het syndroom van Korsakov heeft en niet meer in staat is voor zichzelf te zorgen, waardoor zij al diverse ziekenhuisopnames achter de rug heeft. Haar geheugen laat betrokkene ook regelmatig in de steek.
Daarbij komt dat de kinderen van de overleden partner van betrokkene misbruik van haar situatie maken. Ook hebben zij zich opgeworpen als contactpersonen van betrokkene in het ziekenhuis, waardoor verzoeker geen enkele informatie over betrokkene krijgt van het ziekenhuis. De kinderen willen ook geen informatie met verzoeker delen.
Verzoeker is de dochter van de zus van betrokkene. Betrokkene heeft vroeger altijd goed voor verzoeker gezorgd, verzoeker wil nu goed voor betrokkene, haar tante, zorgen.
Verzoeker is daarom bereid curator te worden van betrokkene en als curator zoveel als nodig is te regelen voor betrokkene.
[dochter overleden partner] van betrokkene, heeft ter zitting verklaard dat betrokkene zelf haar heeft opgegeven als contactpersoon in het ziekenhuis. [dochter overleden partner] stelt dat zij zeer betrokken is bij betrokkene, ook na het overlijden van haar vader, en dat zij de nodige zorg voor betrokkene heeft ingeschakeld omdat verzoeker niet meer naar betrokkene omkeek.
Volgens [dochter overleden partner] is het niet nodig dat een ander de financiën gaat beheren voor betrokkene. Eenmaal per maand helpt zij betrokkene met internetbankieren. Betrokkene pint zelf wekelijks contant geld voor haar boodschappen en haar vaste lasten worden automatisch betaald. [dochter overleden partner] is wel van mening dat een mentor een toegevoegde waarde is voor betrokkene.
Betrokkene heeft ter zitting verklaard dat zij niet onder curatele gesteld wil worden maar wel akkoord gaat met instelling van een mentorschap. Haar voorkeur voor benoeming van een mentor gaat uit naar [dochter overleden partner] .
Betrokkene heeft geen ander nodig om haar te helpen met haar financiën.
Op grond van de stukken en de afgelegde verklaringen, acht de kantonrechter de noodzaak tot ondercuratelestelling onvoldoende gebleken.
Ook is niet gebleken of is aangetoond dat de kinderen van de overleden partner, financieel misbruik van betrokkene maken of hebben gemaakt, hetgeen overigens ook door [dochter overleden partner] nadrukkelijk is betwist. Verder is ook niet gebleken dat de financiën van betrokkene niet goed beheerd worden. De kantonrechter ziet daarom geen aanleiding om een bewind in te stellen over de goederen van betrokkene.
De kantonrechter acht wel voldoende aannemelijk geworden dat betrokkene wegens haar geestelijke of lichamelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is ten volle haar niet-vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen.
Naar het zich laat aanzien kunnen de niet-vermogensrechtelijke belangen van betrokkene ook adequaat worden behartigd met een minder vergaande voorziening. Het verzoek tot ondercuratelestelling zal daarom worden afgewezen.
Op grond van het bepaalde in artikel 1:451 lid 3 BW Pro zal de kantonrechter ambtshalve overgaan tot instelling van mentorschap ten behoeve van betrokkene. Naar het oordeel van de kantonrechter biedt het mentorschap een passende bescherming aan betrokkene.
De kantonrechter volgt op grond van artikel 1:453 lid 3 BW Pro bij de benoeming van een
mentor de uitdrukkelijke voorkeur van de betrokkene, tenzij gegronde redenen zich tegen
zodanige benoeming verzetten. Tegen benoeming van de voorgestelde mentor zijn geen
bezwaren gebleken.
[dochter overleden partner] heeft zich ter zitting mondeling verklaard bereid te zijn als mentor van betrokkene op te treden.
De beslissing luidt daarom als volgt.

beslissing

De kantonrechter:
  • wijst het verzoek tot ondercuratelestelling af;
  • stelt een mentorschap in ten behoeve van eerder genoemde [betrokkene] ;
  • benoemt tot mentor: [dochter overleden partner] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] .
Deze beschikking is gegeven door mr. M.P. de Valk, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter