De betrokkene is in april 2024 geplaatst in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD) voor een duur van twee jaar. Tijdens de maatregel is hij door de Immigratie- en Naturalisatiedienst tot ongewenst vreemdeling verklaard, waardoor hij sinds november 2024 in PI Veenhuizen verblijft en geen recht heeft op extramurale behandeling of re-integratietrajecten.
De betrokkene kampt met ernstige psychiatrische en verslavingsproblemen en maakt geen gebruik van de ambulante verslavingszorg binnen de PI, noch van klinische behandeling in de kliniek Veldzicht. De inrichting adviseert voortzetting van de ISD-maatregel vanwege het risico op terugval, recidive en maatschappelijke onveiligheid.
De officier van justitie ondersteunt dit standpunt en benadrukt dat beëindiging van de maatregel zonder garantie op vreemdelingenbewaring kan leiden tot illegale verblijfssituaties en strafbare feiten. De betrokkene en zijn raadsvrouw verzoeken beëindiging drie weken na uitspraak, stellende dat de maatregel geen nut meer heeft omdat betrokkene vrijwillig wil meewerken aan uitzetting.
De rechtbank oordeelt dat beëindiging naar verwachting zal leiden tot onveiligheid en ernstige overlast, mede door de verslavingsproblematiek en voortdurende zucht naar middelen. Er is geen sprake van een omstandigheid buiten de macht van de betrokkene, aangezien het weigeren van behandeling een eigen keuze is. Het verzoek tot beëindiging wordt daarom afgewezen en de ISD-maatregel wordt voortgezet.