Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 25 maart 2025
- de pleitnota van [eiser]
- de pleitnota van Ortolan.
Rechtbank Noord-Holland
Eiser, een familievennootschap, is eigenaar van een villa die als onderpand dient voor geldleningen verstrekt door Van Lanschot en later overgedragen aan Promontoria en vervolgens Ortolan. Na opschorting van rentebetalingen door eiser en een eerdere afwijzing van haar bezwaren tegen executie, vordert eiser opnieuw in kort geding de executie te staken en zekerheid te stellen.
Eiser voert nieuwe feiten aan, waaronder de overdracht van aandelen van Ortolan aan een Maltese brievenbusmaatschappij en vermeende paulianeuze handelingen door de voormalige moedervennootschap Obotritia. Zij stelt dat hierdoor de kredietrelatie niet rechtsgeldig is en dat betaling aan Ortolan vanwege embargowetgeving en vergunningstekorten niet verwacht kan worden.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het burgerlijk procesrecht geen verbod kent op herhaalde procedures, maar dat nieuwe feiten relevant moeten zijn. De aangevoerde nieuwe feiten veranderen niets aan het eerdere oordeel dat Ortolan bevoegd is tot executie en dat de betalingsverplichtingen van eiser blijven bestaan. Ook de subsidiaire vordering tot zekerheidstelling wordt afgewezen.
Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De executoriale verkoop mag doorgaan.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzet tegen de executoriale verkoop af en veroordeelt eiser in de proceskosten.