Naar aanleiding van een Europees Onderzoeksbevel (EOB) uit België werd op 14 november 2023 beslag gelegd op diverse goederen bij de klager, verdacht van oplichting, phishing en witwassen. De klager diende een klaagschrift in tegen het beslag, dat aanvankelijk ongegrond werd verklaard. De Hoge Raad vernietigde deze beslissing en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor herbeoordeling met kennisneming van het EOB.
De rechtbank nam het EOB en een aanvullend EOB in behandeling en oordeelde dat het klaagschrift ontvankelijk is omdat niet met zekerheid kon worden vastgesteld dat de klager tijdig kennisgeving van het beklagrecht had ontvangen. De verdediging verzocht om inzage in het EOB, maar de rechtbank oordeelde dat dit het onderzoek ernstig zou schaden, mede op basis van de reactie van de Belgische autoriteiten.
Inhoudelijk stelde de rechtbank vast dat het beslag rechtmatig was en dat de inbeslaggenomen goederen grotendeels onder het EOB vielen. Echter, vier luxe goederen – een Cartier zonnebril, een doosje Samsung zonder telefoon, een Kodak fotocamera en een Cartier tasje met armband – vielen niet onder het EOB en moesten worden teruggegeven. De rechtbank verklaarde het klaagschrift daarom gedeeltelijk gegrond en gelastte teruggave van deze goederen, terwijl het voor het overige ongegrond werd verklaard.