De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West Haaglanden tot verlenging van een machtiging voor gesloten jeugdhulp voor een minderjarige die verblijft in een gesloten accommodatie. De minderjarige kampt met ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen die haar ontwikkeling naar volwassenheid belemmeren.
De kinderrechter heeft diverse stukken in overweging genomen, waaronder eerdere beschikkingen, brieven van de instelling en instemmingsverklaringen. Tijdens de zitting waren de advocaat van de minderjarige, de moeder en vertegenwoordigers van de GI aanwezig, terwijl de minderjarige en haar mentor via videoverbinding deelnamen.
De minderjarige heeft zich positief ontwikkeld, met minder incidenten en deelname aan trainingen, maar er zijn nog risico's op het gebied van fysieke agressie en onveilige seksuele contacten. De GI acht verlenging noodzakelijk om de tijd te overbruggen tot een passende plek voor na de meerderjarigheid is gevonden. De moeder uit kritiek op de hulpverlening en pleit voor meer vrijheden voor haar dochter.
De kinderrechter oordeelt dat gesloten jeugdhulp noodzakelijk blijft en verlengt de machtiging met drie maanden, met de nadruk op het stapsgewijs uitbreiden van vrijheden en het intensiveren van het traject naar een passende vervolgplek. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.