ECLI:NL:RBNHO:2025:4457

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
23 april 2025
Publicatiedatum
23 april 2025
Zaaknummer
11458821 \ CV EXPL 24-8973
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29 FwArt. 6:119 lid 2 BWBesluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Persoonlijke borgstelling voor terugbetaling bedrijfskrediet na faillissement onderneming

Qred Bank vordert betaling van een openstaande geldlening van €24.715,59 plus wettelijke handelsrente van Horeca Haarlem B.V. en haar bestuurder, die zich persoonlijk borg heeft gesteld. Horeca Haarlem is failliet verklaard, waardoor de procedure tegen de vennootschap is geschorst en alleen de vordering tegen de borg inhoudelijk wordt behandeld.

De borg erkent de hoofdsom en het borgstellingskarakter, maar betwist deels de hoogte van de rente en buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter oordeelt dat de borg gehouden is tot betaling van €21.877,78 plus wettelijke handelsrente vanaf de dagvaarding, maar wijst rente over rente af omdat deze niet voldoende is onderbouwd.

Verder worden buitengerechtelijke incassokosten tot een bedrag van €993,78 toegewezen en wordt de borg veroordeeld tot betaling van proceskosten en nakosten. De procedure tegen Horeca Haarlem blijft geschorst vanwege het faillissement, en verdere beslissingen worden aangehouden. Na betaling kan de borg regres vorderen op de failliete vennootschap.

Uitkomst: De borg wordt veroordeeld tot betaling van de schuld, wettelijke handelsrente, incassokosten en proceskosten; procedure tegen failliete vennootschap geschorst.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11458821 \ CV EXPL 24-8973
Uitspraakdatum: 23 april 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Qred Bank AB
gevestigd te Stockholm (Zweden)
eiseres
gemachtigde: mr. R.G. Goossens
tegen

1.de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheidHoreca Haarlem B.V.gevestigd te Haarlemverschenen bij haar bestuurder, [gedaagde 2]

2.
[gedaagde 2]wonende te [plaats]
gedaagden
procederend in persoon
Partijen zullen hierna afzonderlijk Qred Bank, Horeca Haarlem en [gedaagde 2] worden genoemd. Gedaagden zullen hierna gezamenlijk Horeca Haarlem c.s. worden genoemd.

1.Het procesverloop

1.1.
Qred Bank heeft bij dagvaarding van 11 december 2024 een vordering tegen Horeca Haarlem c.s. ingesteld.
1.2.
Bij vonnis van 31 december 2024 is Horeca Haarlem in staat van faillissement verklaard.
1.3.
[gedaagde 2] heeft mondeling geantwoord.
1.4.
Qred Bank heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna [gedaagde 2] een mondelinge reactie heeft gegeven.

2.De feiten

2.1.
Nordiska Kreditmarknadsaktiebolaget (hierna: Nordiska) is een financiële dienstverlener uit Zweden die zich bezighoudt met het (online) verstrekken van financieringen aan kleine en middelgrote ondernemingen.
2.2.
Nordiska heeft op 26 oktober 2023 een bedrijfskrediet van € 20.000,- aan Horeca Haarlem verstrekt.
2.3.
In de geldleningsovereenkomst staat (onder meer) het volgende:
“De aflossing (…):Het maandelijkse aflossingsbedrag bestaat uit een deel aflossing van het kredietbedrag van €1250,00, en de betaling van het vaste maandelijkse prijs (zie punt 4). Het maandelijkse aflossingsbedrag dient te worden betaald op het, door de Kredietverstrekker aangewezen rekeningnummer.
(…)
Maandelijkse prijs:De maandelijkse prijs is €594,00. De maandelijkse prijs voor het Krediet wordt achteraf in rekening gebracht totdat het Krediet volledig is afgelost. Voor meer informatie, zie paragraaf 11 van de Algemene Voorwaarden.
(…)
Kosten bij een betalingsachterstand:Bij een betalingsachterstand heeft de Kredietverstrekker het recht om vertragingsrente van 2,5% per maand in rekening te brengen. Daarnaast kan er een vertragingsvergoeding van €20,- in rekening worden gebracht bij een betalingsachterstand van meer dan zes (6) dagen.Ook kunnen er nog verdere eventuele incassokosten in rekening worden gebracht in overeenstemming met de wet.”
2.4.
[gedaagde 2] heeft zich persoonlijk borg gesteld voor de tijdige terugbetaling van de geldlening.
2.5.
Nordiska heeft haar eventuele vorderingsrecht aan Qred Bank overgedragen.

3.De vordering

3.1.
Qred Bank vordert dat de kantonrechter Horeca Haarlem c.s. veroordeelt tot betaling van € 24.715,59, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 21.877,78. Daarnaast vordert Qred Bank veroordeling van Horeca Haarlem c.s. in de proceskosten en de nakosten.
3.2.
Qred Bank legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat Horeca Haarlem vanaf het begin haar betalingsverplichtingen niet op tijd is nagekomen. Zij heeft slechts één betaling van € 1.370,16 voldaan op 23 januari 2024. Nadien heeft zij geen enkele betaling meer verricht. Qred heeft de overeenkomst bij brief van 9 maart 2024 opgezegd en openstaande saldo opgeëist. Vanwege het betalingsverzuim is ook de wettelijke handelsrente verschuldigd.

4.Het verweer

4.1.
[gedaagde 2] betwist de vordering (gedeeltelijk). Horeca Haarlem is failliet. Er wordt momenteel onderhandeld over een mogelijke overname van de boedel. Het klopt dat [gedaagde 2] als borg garant staat voor de betaling van de schuld. Qred Bank brengt echter ten onrechte rente over rente in rekening, omdat de schuld inclusief rente is overgenomen. Daarnaast zijn de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten over een te hoog bedrag berekend en zijn deze kosten bovendien onnodig gemaakt.

5.De beoordeling

Faillissement Horeca Haarlem
5.1.
Horeca Haarlem is op 31 december 2024 failliet verklaard. Omdat het gaat om een vordering die ziet op de voldoening van een verbintenis uit de boedel, is de procedure tegen Horeca Haarlem op grond van artikel 29 Faillissementswet Pro (Fw) na de faillietverklaring van Horeca Haarlem van rechtswege geschorst.
5.2.
Het voorgaande betekent dat de kantonrechter hierna slechts de vordering, voor zover deze is gericht tegen [gedaagde 2], inhoudelijk zal beoordelen.
Terugbetaling geldlening
5.3.
[gedaagde 2] heeft niet betwist dat de schuld opeisbaar is geworden en dat hij als borg kan worden aangesproken tot betaling daarvan. [gedaagde 2] heeft ook de hoogte van de vordering in hoofdsom niet betwist. Hij wordt daarom veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 21.877,78.
5.4.
Vanwege het betalingsverzuim is [gedaagde 2] in beginsel ook rente verschuldigd. Qred Bank heeft er in dit verband op gewezen dat zij op grond van de geldleningsovereenkomst aanspraak kan maken op een vertragingsrente van € 2,5% per maand, maar ervoor heeft gekozen in plaats daarvan vanaf de opeising van de lening wettelijke handelsrente te vorderen. Het verweer van [gedaagde 2] dat Qred Bank hierbij ten onrechte rente over rente in rekening heeft gebracht slaagt. Uit de door Qred Bank overgelegde toelichting op de vordering blijkt immers dat tot de hoofdsom tevens een bedrag aan rente behoort van € 110,63. Omdat Qred Bank niet heeft gesteld dat deze rente behoort tot de over dat jaar verschuldigde rente als bedoeld in artikel 6:119 lid 2 BW Pro, moet de gevorderde wettelijke handelsrente in zoverre worden afgewezen. Voor het overige heeft [gedaagde 2] de grondslag van de renteberekening niet (voldoende) betwist. Dit heeft tot gevolg dat de wettelijke handelsrente vanaf de dag van de dagvaarding wordt toegewezen over een bedrag van € 21.767,15.‬
Buitengerechtelijke incassokosten
5.5.
De kantonrechter is van oordeel dat Qred Bank voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij buitengerechtelijke werkzaamheden heeft laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven uit het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De toepasselijke staffel moet worden bepaald aan de hand van de toegewezen hoofdsom. De buitengerechtelijke kosten zijn daarom toewijsbaar over € 21.877,78, tot een bedrag van € 993,78.
Proceskosten
5.6.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde 2], omdat hij (grotendeels) ongelijk krijgt. Daarbij wordt [gedaagde 2] ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door Qred Bank worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.
Aanhouding
5.7.
Omdat de procedure tegen Horeca Haarlem als gevolg van haar faillissement van rechtswege is geschorst, zal iedere verdere beslissing thans worden aangehouden.
5.8.
Ten overvloede merkt de kantonrechter nog op dat [gedaagde 2], nadat hij de vordering heeft voldaan, een regresvordering krijgt op Horeca Haarlem en zich kan melden als schuldeiser in het faillissement.

6.De beslissing

De kantonrechter:
6.1.
veroordeelt [gedaagde 2] tot betaling aan Qred Bank van € 22.871,56, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 21.877,78 vanaf 11 december 2024 tot aan de dag van de gehele betaling;
6.2.
veroordeelt [gedaagde 2] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van Qred Bank tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 139,42;
griffierecht € 1.461,00;
salaris gemachtigde € 1.086,00;
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;
6.3.
veroordeelt [gedaagde 2] tot betaling van € 135,00 aan nakosten, voor zover Qred Bank daadwerkelijk nakosten zal maken, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;
6.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
6.5.
wijst de vordering voor zover gericht tegen [gedaagde 2] voor het overige af;
6.6.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter