De zaak betreft een geschil tussen verhuurder en huurder over een huurachterstand en de afrekening van servicekosten voor een gehuurde woonruimte met geliberaliseerde huur. De huurder betwist de hoogte van de huurachterstand en de servicekosten, met name de meterstanden en de koppeling van de meters aan het appartement.
De kantonrechter toetst ambtshalve de algemene huurvoorwaarden aan het consumentenrecht en vernietigt enkele bedingen die onredelijk bezwarend zijn, zoals het rentebeding en de buitengerechtelijke incassokosten. De huurprijswijzigingsbedingen worden als rechtmatig beoordeeld.
Uit de bewijsstukken en specificaties volgt dat de huurder een huurachterstand heeft van € 3.098,78 en dat de servicekosten voor 2021 en 2022, na correctie, € 2.073,20 bedragen. De meterstanden en het verbruik worden als consistent en betrouwbaar beoordeeld, en de stellingen van de huurder over defecte meters en onjuiste koppeling worden verworpen.
De kantonrechter veroordeelt de huurder tot betaling van in totaal € 5.171,98 aan de verhuurder en tot vergoeding van de proceskosten van € 1.064,81. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.