Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
- naar de woning van die [het slachtoffer] aan de [adres A] is/zijn gegaan en/of
- (vervolgens) op het raam heeft/hebben geklopt en/of
- de voordeur heeft/hebben opengebroken/opengetrapt (waardoor die [het slachtoffer] naar de voordeur werd gelokt en/of naar buiten is gekomen) en/of
- (vervolgens) meermalen, althans eenmaal (terwijl die [het slachtoffer] buiten was) met (een) vuurwapen(s) (een) kogel(s) heeft/hebben afgevuurd op/in de richting van die
[het slachtoffer] en/of de woning van die [het slachtoffer] ,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2.Voorvragen
- naar de woning van die [het slachtoffer] aan de [adres A] zijn gegaan en
-vervolgens op het raam hebben geklopt en
- de voordeur hebben opengetrapt waardoor die [het slachtoffer] naar de voordeur werd gelokt en naar buiten is gekomen en
- vervolgens meermalen, terwijl die [het slachtoffer] buiten was met vuurwapens kogels hebben afgevuurd op/in de richting van die
Moinate,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
vierentwintig (24) maanden.
[het slachtoffer]geleden schade tot een bedrag van
€ 5.000,00als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 april 2021 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [het slachtoffer] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting. Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een van de medeverdachten is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.