De rechtbank Noord-Holland heeft op 24 april 2025 uitspraak gedaan in een zaak betreffende de beëindiging van het ouderlijk gezag over drie minderjarige kinderen. De Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Regio Amsterdam verzochten de rechtbank om het gezag van de ouders te beëindigen en de GI tot voogd te benoemen. De minderjarigen verblijven sinds november 2022 in een gezinsgerichte voorziening vanwege ernstige problemen in de thuissituatie.
De rechtbank oordeelde dat de kinderen ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd door de problematiek van de ouders, waaronder huiselijk geweld, onveiligheid en een verstoorde opvoedomgeving. Ondanks langdurige hulpverlening is er onvoldoende verbetering, mede door de weerstand van de moeder tegen hulpverlening en de onduidelijkheid over de biologische vader. De omgang met de moeder leidt tot angst en seksueel afwijkend gedrag bij de kinderen.
Gezien deze omstandigheden acht de rechtbank het noodzakelijk het gezag te beëindigen en de GI als voogd aan te stellen om continuïteit en bescherming te waarborgen. De rechtbank wijst het verzoek van de GI tot verlenging van de ondertoezichtstelling af wegens gebrek aan belang. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten.