Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarige stiefkind [slachtoffer], geboren op [geboortedatum], door (telkens)
- de (blote) borsten en/of bovenbenen en/of (blote) billen van die [slachtoffer] te betasten en/of
- de onderbroek van die [slachtoffer] uit te trekken en vervolgens op die [slachtoffer] te gaan liggen en heen en weer te bewegen
ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer], geboren op [geboortedatum], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten
- het betasten van de (blote) borsten en/of bovenbenen en/of (blote) billen van die [slachtoffer] en/of
- het uittrekken van de onderbroek van die [slachtoffer] en vervolgens het op die [slachtoffer] gaan liggen en heen en weer bewegen.
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
“kan je alsjeblieft komen, er is shit gebeurd hier, kan je me alsjeblieft ophalen, ik wil hier weg”. Vervolgens haalt [naam 1] haar in Schagerbrug op en lopen zij samen naar [geboorteplaats].
- het betasten van de (blote) borsten en bovenbenen en blote billen van die [slachtoffer] en
vervolgens het op die [slachtoffer] gaan liggen en heen en weer bewegen.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
[naam 3],als reclasseringswerker verbonden aan Reclassering Nederland, blijkt onder meer dat de reclassering vanwege de ontkennende proceshouding geen delictsanalyse heeft kunnen opstellen. Op de diverse leefgebieden doen zich geen problemen voor. Het risico op recidive wordt ingeschat als laag. De reclassering adviseert een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen.
7.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
€ 3.000,00
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
12 (twaalf) MAANDEN.
nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van drie jaren.
[slachtoffer], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats].
[slachtoffer]geleden schade tot een bedrag van
€ 3.298,03 (drieduizend tweehonderdachtennegentig euro en drie cent), bestaande uit € 298,03 als vergoeding voor de materiële schade en € 3.000,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 november 2022 tot aan de dag der algehele voldoening.