Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
15/036351-22 primairten laste gelegde feit op grond van de bewijsmiddelen die in de bijlage bij dit vonnis zijn opgenomen.
arketnummer 15/036351-22primair ten laste gelegde poging tot doodslag dan ook wettig en overtuigend bewezen.
arketnummer 15/036351-22 primairten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
parketnummer 15/036351-22 primairbewezenverklaarde levert op:
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel (15/036351-22)
onder parketnummer 15/036351-22ten laste gelegde zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De gestelde immateriële schade bedraagt € 20.000,-. De gestelde materiële schade bedraagt € 769,08 en bestaat uit ziekenhuisdaggeldvergoeding (€ 190,-) en het eigen risico (€ 579,08).
parketnummer 15/036351-22 primairbewezen verklaarde handelen [kort gezegd: poging tot doodslag] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
parketnummer 81/294627-22is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.
parketnummer 15/036351-22 primairten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.
parketnummer 15/036351-22 primairbewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.
74 (vierenzeventig) dagen.
240 (tweehonderdveertig) urentaakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 4 maanden hechtenis.
2 (twee) jaren,met bevel dat deze bijkomende straf
nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van 2 (twee) jaren.
[slachtoffer]geleden schade tot een bedrag van
€ 15.769,08, bestaande uit € 769,08 als vergoeding voor de materiële en € 15.000,- als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 10 februari 2022 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
€ 15.769,08, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 113 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 februari 2022 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.