De eisende partij Q-Park vordert betaling van €602,38 wegens vermeend 'treintje rijden' door de gedaagde, wat inhoudt dat deze zonder geldig parkeerbewijs de parkeerfaciliteit verliet. De kantonrechter constateert dat de overeenkomst tussen partijen valt onder een geautomatiseerde handelsruimte en daarom niet ambtshalve wordt getoetst op informatieplichten.
De rechter onderzoekt ambtshalve de algemene voorwaarden van Q-Park, waarin diverse schadevergoedingsbedingen zijn opgenomen. Deze bedingen bevatten cumulatieve en deels dubbele vergoedingen, zoals het tarief 'verloren kaart', aanvullende schadevergoeding en het recht op het werkelijke parkeergeld. Dit kan leiden tot een disproportionele financiële last voor de consument.
De kantonrechter vermoedt dat deze bedingen, zowel afzonderlijk als in combinatie, oneerlijk zijn en daarom vernietigd moeten worden. Ook het incassobeding wordt vermoed oneerlijk te zijn vanwege onduidelijkheid en mogelijke overschrijding van wettelijke grenzen. Q-Park krijgt de gelegenheid om zich schriftelijk uit te laten over deze voorlopige oordelen. De verdere beslissing wordt aangehouden.