ECLI:NL:RBNHO:2025:5050

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
6 mei 2025
Publicatiedatum
8 mei 2025
Zaaknummer
11263484 BM VERZ 24-1597 MO
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing bewind wegens onwerkbare samenwerking en zinloosheid voortzetting

Op 25 oktober 2019 werd een bewind ingesteld over de goederen van betrokkene wegens problematische schulden. Betrokkene verzocht opheffing van het bewind omdat hij meent dat zijn belangen niet naar behoren worden behartigd en hij geen inzicht heeft in zijn financiële zaken.

De bewindvoerder was aanvankelijk tegen opheffing vanwege de nog bestaande schulden en twijfels over betrokkene's vermogen om zijn financiële belangen zelf te behartigen. Tijdens de mondelinge behandeling bleek de samenwerking echter dermate verslechterd dat voortzetting niet zinvol werd geacht.

De kantonrechter oordeelde dat hoewel de noodzaak van het bewind nog bestaat vanwege de schulden, de stroeve en agressieve communicatie van betrokkene en zijn echtgenote het onmogelijk maakt om het bewind zinvol voort te zetten. Betrokkene had toegang tot alle bankafschriften en meerdere kansen gehad om bezwaar te maken tegen de rekening en verantwoording, maar had dit nagelaten.

Gelet op het dossier, de communicatieproblemen en de houding van betrokkene, wees de kantonrechter het verzoek toe en hief het bewind op met ingang van twee weken na de uitspraak. Tevens werd de beloning van de bewindvoerder vastgesteld op €248 exclusief btw voor de werkzaamheden betreffende de eindrekening.

Uitkomst: Het bewind wordt opgeheven wegens onwerkbare samenwerking en zinloosheid voortzetting.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer: 11263484 BM VERZ 24-1597 MO
Uitspraakdatum: 6 mei 2025

Beschikking van de kantonrechter

op verzoek van:
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
van wie het adres bekend is bij deze rechtbank,
hierna ook te noemen: betrokkene,
van wie de bewindvoerders zijn:
C. de Jongh en M.C. Duijn, h.o.d.n. De Jongh & Duijn Bewindvoering,
gevestigd te Hoorn.
hierna ook te noemen: bewindvoerder.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
  • het verzoek met bijlagen, ter griffie ingekomen op 14 augustus 2024;
  • het verweer van de bewindvoerder, ontvangen op 25 oktober 2025;
  • een e-mail van betrokkene, ontvangen op 26 december 2024.
Op 18 maart 2025 heeft een mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden. Daarbij waren betrokkene, zijn partner en de bewindvoerder C. de Jongh aanwezig. C. de Jongh heeft tevens het woord gevoerd namens de mede-bewindvoerder, M.C. Duijn.

verzoek en verweer

Bij beschikking van 25 oktober 2019 is een bewind ingesteld over de (toekomstige) goederen van betrokkene wegens problematische schulden of verkwisting. Het verzoek strekt tot opheffing van dit bewind.
Betrokkene heeft het verzoek als volgt toegelicht. Betrokkene is van mening dat zijn belangen niet naar behoren worden behartigd door de bewindvoerder. Hierdoor zijn er volgens betrokkene problemen ontstaan omtrent zijn pensioen. Betrokkene is destijds akkoord gegaan met het bewind, omdat dit was geadviseerd door de gemeente. Betrokkene vindt het vanzelfsprekend dat alle financiële zaken naar behoren worden afgehandeld, hij kan dit echter niet controleren omdat hij geen inzicht heeft in de bankafschriften.
De bewindvoerder was aanvankelijk van mening dat het opheffen van het bewind onverstandig is. Hoewel de schuldenlast aanzienlijk verminderd is, zijn er nog steeds problematische schulden. De bewindvoerder is er niet van overtuigd dat betrokkene zijn financiële belangen zelf kan behartigen. De samenwerking verloopt stroef, betrokkene uit vaak en veel verwijten tegen de bewindvoerder.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de bewindvoerder aangegeven dat de samenwerking verslechterd is en dat het, gelet daarop en op de weerstand van betrokkene tegen het bewind, wellicht beter is dat het bewind wordt opgeheven.

beoordeling

Het bewind kan door de kantonrechter worden opgeheven als de noodzaak van het bewind niet meer bestaat of als voortzetting van het bewind niet zinvol is gebleken. Er zijn nog steeds problematische schulden en daarmee is de grondslag voor het bewind nog aanwezig. Dit maakt dat de noodzaak van het bewind nog bestaat. Desondanks zal de kantonrechter het bewind opheffen, nu is gebleken dat voortzetting van het bewind niet meer zinvol is. De kantonrechter overweegt hierover het volgende.
Betrokkene heeft aanhoudende en niet-gefundeerde verwijten tijdens de mondelinge behandeling geuit naar de bewindvoerder over de uitvoering van haar taken. Betrokkene heeft in dat verband ook allemaal stukken overgelegd, die niet goed te duiden zijn. Ook de echtgenote heeft zich tijdens de mondelinge behandeling tegen voortzetting van het bewind uitgesproken, waarbij zij zich op verbaal agressieve wijze richtte tot de bewindvoerder. Ook eist betrokkene van de bewindvoerder dat hij alle bankafschriften krijgt vanaf 2019, zodat hij inzage kan hebben. Vaststaat dat betrokkene in eerste instantie alle bankafschriften per post heeft gekregen. Op het moment dat de bank digitale afschriften is gaan verstrekken, heeft betrokkene de daarvoor benodigde code ontvangen voor de digitale inkijkfunctie. Betrokkene kan dus bij alle informatie.
Voorts heeft betrokkene aangegeven dat hij het niet eens is met de jaarlijks opgestelde rekening en verantwoording. Betrokkene is echter wilsbekwaam en duidelijk is dat hij ieder jaar meerdere keren door de bewindvoerder is uitgenodigd te reageren op de rekening en verantwoording, hetgeen hij iedere keer heeft nagelaten. Daarmee heeft betrokkene zelf de gelegenheid die hij had om toezicht te houden en bezwaren te uiten niet gebruikt. Verder verwijt betrokkene het de bewindvoerder dat op enig moment een bedrag van €3.500,00 van zijn rekening is afgeschreven en overgemaakt naar de rekening van de bewindvoerder. Voor zover betrokkene een klacht heeft over de bewindvoerder dient hij dit eerst zelf met bewindvoerder te bespreken. De bewindvoerder heeft ter zitting toegezegd inhoudelijk in te zullen gaan op de betaling van €3.500,00, wat zij bij gebrek aan wetenschap overigens ontkent.
Al met al ziet de kantonrechter dat er geen goede samenwerking meer mogelijk is met betrokkene en dat een zinvolle voortzetting van het bewind niet meer mogelijk is. Gezien de grote weerstand van betrokkene en zijn echtgenote en zijn houding ter zitting valt te verwachten dat een andere bewindvoerder benoemen ook niet zinvol is. Gelet op bovenstaande, het dossierverloop, de zeer stroeve samenwerking en communicatie, de houding van betrokkene en op de omstandigheid dat betrokkene alles buiten zichzelf legt zonder enige initiatief of verantwoordelijkheid te nemen, zal de kantonrechter het bewind opheffen.

beslissing

De kantonrechter:
  • heft op, met ingang van twee weken na heden, het bij beschikking van 25 oktober 2019 ingestelde bewind over de goederen toebehorende aan [betrokkene];
  • verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
  • stelt vast dat de beloning die de bewindvoerder eenmalig voor de werkzaamheden betreffende het opmaken van de eindrekening en verantwoording in rekening mag brengen (thans) € 248,00 (exclusief btw) bedraagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.A.C.R.W. VerLoren van Themaat-van der Hoeven, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam binnen drie maanden na de dag van deze uitspraak (dit dient te geschieden door een advocaat). OBB42