Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Procedure
2.Feiten
- [de minderjarige 1] , op [geboortedatum] te [plaats] , [land] ,
- [de minderjarige 2] , op [geboortedatum] te [plaats] , [land] , en
- [de minderjarige 3] , op [geboortedatum] te [plaats] , [land] .
Rechtbank Noord-Holland
Partijen zijn gehuwd in gemeenschap van goederen en wonen samen in een woning die de man sinds 2010 huurt. De vrouw is met haar drie minderjarige kinderen vanuit het buitenland naar Nederland gekomen en woont sinds augustus 2024 bij de man in. De relatie is feitelijk beëindigd sinds oktober 2024, met een incident waarbij agressief gedrag en spugen plaatsvond, waarna de man tijdelijk de woning verliet. De situatie in de woning is emotioneel onveilig en onhoudbaar.
De man verzoekt het uitsluitend gebruik van de woning aan hem toe te kennen, stellende dat hij er langer woont, de woning heeft opgeknapt en moeilijk elders woonruimte kan vinden. De vrouw verzoekt het uitsluitend gebruik aan haar toe te kennen, omdat zij de dagelijkse zorg heeft voor de drie minderjarige kinderen die al in Nederland zijn gevestigd en een nieuwe verhuizing voor hen belastend zou zijn. De vrouw heeft minder financiële middelen en een beperkt netwerk voor alternatieve woonruimte.
De rechtbank weegt het belang van de vrouw zwaarder vanwege haar zorg voor de kinderen, het belang van stabiliteit en continuïteit in hun woon- en schoolsituatie, en haar beperkte mogelijkheden om elders woonruimte te vinden. De man heeft meer perspectief op vervangende woonruimte en kan tijdelijk bij familie verblijven. Daarom wordt het verzoek van de vrouw toegewezen en wordt de man bevolen de woning te verlaten.
Uitkomst: De vrouw krijgt het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning toegewezen en de man moet de woning verlaten.