Partijen zijn gescheiden en hebben drie minderjarige kinderen. De moeder verzoekt vervangende toestemming om het jongste kind in te schrijven op een andere basisschool dan de oudere broers. De vader verzet zich hiertegen vanwege zijn principiële bezwaren tegen de christelijke school.
De voorzieningenrechter overweegt dat de kinderen last hebben van de echtscheiding en dat het jongste kind extra rust en structuur nodig heeft, wat de moeder mist op de school van de oudere kinderen. De nieuwe school hanteert een ander schoolsysteem met gecombineerde groepen 1, 2 en 3, wat beter aansluit bij de behoeften van het jongste kind.
Hoewel de vader bezwaar maakt tegen het christelijke karakter van de school, acht de rechter dit bezwaar niet zwaarwegend, mede omdat er geen zware geloofsovertuiging wordt uitgedragen. De vordering van de moeder wordt daarom toegewezen en de vordering van de vader afgewezen.
De moeder heeft haar vordering tot proceskostenveroordeling ingetrokken. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en de zitting wordt gesloten.