ECLI:NL:RBNHO:2025:5118
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing eenhoofdig gezag moeder en ontzegging omgang vader met minderjarige
De moeder verzoekt de rechtbank om haar eenhoofdig gezag over de minderjarige toe te kennen en de omgangsregeling tussen vader en kind te beëindigen. De vader heeft geen vaste woon- of verblijfplaats, er is al ruim twee jaar geen contact tussen vader en kind, en hij heeft zijn gezag regelmatig onjuist uitgeoefend. De vader heeft niet meegewerkt aan contactherstel en heeft onder meer het paspoort van de minderjarige jarenlang achtergehouden.
De Raad voor de Kinderbescherming adviseert de verzoeken toe te wijzen vanwege het ontbreken van contact en de ongeschiktheid van de vader om in het belang van het kind beslissingen te nemen. De rechtbank stelt vast dat het gezamenlijk gezag beëindigd kan worden op grond van gewijzigde omstandigheden en het belang van het kind.
De omgangsregeling wordt ontzegd omdat het contact tussen vader en minderjarige al geruime tijd ontbreekt, de minderjarige angstig is voor de vader en de vader niet bereid is contactherstel te bevorderen. De rechtbank verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst het verzoek van de moeder toe.
Uitkomst: De rechtbank kent de moeder het eenhoofdig gezag toe en ontzegt de vader het omgangsrecht met de minderjarige.