De rechtbank Noord-Holland heeft op 8 mei 2025 een herstelvonnis gewezen in de strafzaak tegen de verdachte, waarbij een kennelijke misslag in het dictum van het oorspronkelijke vonnis werd hersteld. De misslag betrof de formulering van bijzondere voorwaarden met betrekking tot het toezicht op digitale gegevensdragers en het voorkomen van contact met kinderpornografisch materiaal.
De oorspronkelijke voorwaarden waren onuitvoerbaar en werden overgenomen uit het reclasseringsrapport, waarbij onder meer werd gesteld dat de veroordeelde het seksueel getint communiceren met minderjarigen en het bezoeken van bepaalde digitale omgevingen moest vermijden, met daarbij een controle op digitale gegevensdragers die ook opsporingsambtenaren kon omvatten. De officier van justitie had reeds aangegeven dat deze formulering onuitvoerbaar was.
In het herstelvonnis is de formulering aangepast zodat het toezicht zich beperkt tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten die de veroordeelde in gebruik heeft, uitgevoerd door de reclassering met eventueel een technische specialist, maar niet door opsporingsambtenaren. De controles vinden maximaal drie keer per jaar plaats en zijn gericht op het vermijden van kinderpornografisch materiaal. Tevens is bepaald dat de veroordeelde zich onthoudt van het gebruik van bepaalde versleutelprogramma’s en virtuele machines zonder toestemming van de reclassering.
De rechtbank handhaaft verder de beslissing van 8 mei 2025, met deze herstelmaatregel, en draagt zorg voor kennisgeving aan verdachte, zijn raadsman, de officier van justitie en benadeelden. Het herstelvonnis is gewezen door de meervoudige strafkamer onder voorzitterschap van mr. D.J. Straathof en de rechters mr. L. Boonstra en mr. S.H. Bouwers.