ECLI:NL:RBNHO:2025:5149
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening woningurgentie voor aanstaande ouders
Verzoekers, een jong stel dat samen een baby verwacht en nog bij hun ouders woont, vroegen om een urgentieverklaring voor een sociale huurwoning. Het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer wees de aanvraag af op grond van een algemene weigeringsgrond uit de Huisvestingsverordening en Beleidsregel, omdat verzoekers bij een ander huishouden inwonen en het huishouden te klein is.
Verzoekers maakten bezwaar en vroegen de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat er wel sprake is van een spoedeisend belang vanwege de aanstaande geboorte, maar dat de situatie nog niet zodanig schrijnend of onhoudbaar is dat toepassing van de hardheidsclausule gerechtvaardigd is. Het college moet echter wel rekening houden met de toekomstige situatie en de belangen van de baby.
De voorzieningenrechter benadrukte dat het college bij de bezwaarprocedure zorgvuldig onderzoek moet doen naar de woonomstandigheden en mogelijke druk binnen het gezin na de geboorte. Tot die tijd is er onvoldoende aanleiding om het besluit te schorsen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van woningurgentie is afgewezen wegens ontbreken van bijzondere hardheid.