De zaak betreft de vraag of een huurder van een hofjeswoning haar scootmobiel in de gemeenschappelijke fietsenstalling mag plaatsen. De verhuurder vordert dit te verbieden omdat de scootmobiel zonder toestemming wordt gestald en dit in strijd is met het huurreglement en brandveiligheidsregels.
De huurder stelt dat de scootmobiel noodzakelijk is vanwege haar handicap en gelijkgesteld moet worden aan een rijwiel, dat wel in de stalling mag. Ze beroept zich op de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (Wgbh/cz) en stelt dat de verhuurder onredelijk handelt door het verbod.
De kantonrechter oordeelt dat een scootmobiel geen rijwiel is en dat het huurreglement duidelijk verbiedt persoonlijke zaken in gemeenschappelijke ruimten te plaatsen zonder toestemming. De scootmobiel mag niet in gangen of andere verkeersruimten worden geplaatst vanwege brandveiligheidsvoorschriften. Hoewel het verbod indirect onderscheid maakt op grond van handicap, is de verhuurder niet verplicht aanpassingen te verrichten die een onevenredige belasting vormen.
De brandveiligheid en het monumentale karakter van het hofje, gecombineerd met de beperkte ruimte in de fietsenstalling en de plannen voor modernisering, wegen zwaarder dan het belang van de huurder. Er is geen redelijk alternatief binnen het hofje. Het verbod gaat in per 1 april 2025, met een dwangsom bij overtreding. De huurder wordt veroordeeld in de proceskosten.