Uitspraak
[gedaagde] .,
1.De procedure
3.Het geschil
4.De beoordeling
.De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
Rechtbank Noord-Holland
Eiser heeft op 2 november 2024 een Peugeot 3008 verkocht aan een werknemer van gedaagde voor €3.950, waarvan €2.000 contant is betaald. Gedaagde verweert zich met een beroep op verrekening van een vermeende openstaande factuur van €2.000 uit 2023, maar deze tegenvordering is niet eenvoudig vast te stellen.
De kantonrechter overweegt dat nadere bewijslevering nodig zou zijn om de tegenvordering te bewijzen, bijvoorbeeld via getuigenverhoor. Omdat dit niet is gebeurd, wordt het verrekeningsverweer gepasseerd. De vordering van eiser tot betaling van het resterende bedrag van €1.950 wordt daarom toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 3 december 2024.
Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €600, inclusief griffierecht, salaris gemachtigde en nakosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en is gewezen door kantonrechter A.J. Wolfs op 9 april 2025.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €1.950 plus rente en proceskosten.