ECLI:NL:RBNHO:2025:5276
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot gijzeling wegens onvoldoende bewijs betalingsonwil verkeersboetes
In deze bestuursrechtelijke zaak vordert de officier van justitie een machtiging tot gijzeling van betrokkene wegens het niet betalen van verkeersboetes ter hoogte van € 618,00 en € 266,94. Gijzeling is een vrijheidsbenemend dwangmiddel bedoeld om betaling af te dwingen wanneer verhaal anders niet mogelijk is.
De kantonrechter overweegt dat gijzeling slechts kan worden toegepast als vaststaat dat betrokkene wel kan betalen, maar niet wil. De bewijslast hiervoor ligt bij de officier van justitie. Uit het proces-verbaal blijkt dat betrokkene heeft verklaard het geld niet te hebben en dat er geen inkomen of verhaalsmogelijkheden zijn vastgesteld. Betrokkene heeft bovendien een betalingsregeling gevraagd, maar niet nagekomen.
Hoewel betrokkene in het verleden wel betalingen heeft gedaan, is dit onvoldoende om aan te nemen dat hij momenteel wel kan betalen. De kantonrechter concludeert dat onvoldoende is aangetoond dat sprake is van betalingsonwil en wijst de vordering tot gijzeling af. Ook de subsidiaire vordering met voorwaarde tot betaling binnen een jaar wordt afgewezen.
Uitkomst: De vordering tot gijzeling wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van betalingsonwil.