De zaak betreft een kort geding van Stichting De Woonschakel Westfriesland tegen [gedaagde 1], diens curator en diens dochter, [gedaagde 2]. [gedaagde 1] huurde sinds 1984 een woning, maar is sinds november 2024 verhuisd naar een verzorgingstehuis en onder curatele gesteld. De curator heeft de huur opgezegd, maar de woning is niet opgeleverd omdat de dochter zonder toestemming in de woning verblijft.
De Woonschakel vordert ontruiming van de woning en betaling van achterstallige huur en gebruiksvergoeding. De curator verzet zich niet tegen de ontruiming en erkent de betalingsverplichting, hoewel hij twijfelt over de hoogte van de achterstand. [gedaagde 2] verschijnt niet in de procedure.
De kantonrechter verklaart de vorderingen tegen [gedaagde 1] niet-ontvankelijk vanwege diens handelingsonbekwaamheid. De vordering tot ontruiming wordt toegewezen omdat [gedaagde 2] zonder recht of titel verblijft. Tevens wordt de curator veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur en gebruiksvergoeding. Proceskosten worden aan de curator en [gedaagde 2] opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.