ECLI:NL:RBNHO:2025:5345

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
14 mei 2025
Publicatiedatum
15 mei 2025
Zaaknummer
11329979 \ CV FORM 24-6886
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7 Verordening (EG) nr. 261/2004
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot niet-ontvankelijkheid AirHelp wegens inhoudelijk verweer cessie

In deze civiele procedure vordert Ryanair DAC dat AirHelp Germany GmbH niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar vorderingen wegens een ontoereikende cessie van het vorderingsrecht van een passagier. Ryanair betwist primair de overdraagbaarheid van het vorderingsrecht en subsidiair de geldigheid van het overdrachtsdocument.

De kantonrechter overweegt dat een incident slechts procedurele kwesties betreft en niet de afwijzing van de hoofdvordering mag bewerkstelligen. De beoordeling van de geldigheid van de cessie is een materieel geschilpunt dat aan de hoofdzaak is voorbehouden.

Daarom wordt het verzoek tot niet-ontvankelijkheid afgewezen en Ryanair veroordeeld in de proceskosten van het incident. De zaak wordt verwezen naar de rol voor het indienen van een antwoordformulier door Ryanair, met een nieuwe rolzitting gepland op 11 juni 2025.

Uitkomst: Het verzoek van Ryanair tot niet-ontvankelijkheid van AirHelp wordt afgewezen en Ryanair wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11329979 \ CV FORM 24-6886
Uitspraakdatum: 14 mei 2025
Vonnis in het incident in de zaak van:
de rechtspersoon naar buitenlands recht
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn, Duitsland
verzoekende partij in de hoofdzaak en verwerende partij in het incident
hierna te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Ryanair DAC
gevestigd te Dublin, Ierland
verwerende partij in de hoofdzaak en eisende partij in het incident
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. J.J. Croon (Croon Aviation Lawyers)

1.Het procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het vorderingsformulier (formulier A);
- de incidentele conclusie tot niet-ontvankelijkheid;
- de conclusie van antwoord in het incident.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2.Het geschil in het incident

2.1.
De vervoerder vordert in het incident dat de kantonrechter AirHelp niet-ontvankelijk zal verklaren in haar vorderingen, althans dat de kantonrechter haar deze zal ontzeggen, met veroordeling van AirHelp in de proceskosten.
2.2.
De vervoerder legt aan zijn incidentele vordering – samengevat – het volgende ten grondslag. AirHelp stelt in de hoofdzaak dat [betrokkene] (hierna: de passagier) vertraging heeft opgelopen op een vlucht van de vervoerder. AirHelp stelt dat de passagier haar eventuele vorderingsrecht tot compensatie aan haar heeft overgedragen door middel van cessie. [1] De vervoerder betwist dit. Hij voert primair aan dat de aard van het eventuele vorderingsrecht zich daartegen verzet. Subsidiair betwist hij dat het door AirHelp overgelegde overdrachtsdocument geschikt was om de vordering over te dragen.
2.3.
AirHelp voert verweer in het incident. Op de stellingen en verweren van partijen in het incident zal hierna – voor zover van belang – nader worden ingegaan.

3.De beoordeling in het incident

3.1.
De kantonrechter overweegt dat een incident een processuele verwikkeling is die rechterlijke bemoeienis vereist, die van andere aard is dan de beslechting van materiële geschilpunten. Dit betekent dat de grens van de mogelijkheid tot het instellen van een incidentele vordering, daar is gelegen waar deze vordering niet meer een procedurele kwestie betreft, maar de afwijzing van de (hoofd)vordering bewerkstelligt.
3.2.
Gelet hierop moet de kantonrechter de incidentele vordering van de vervoerder afwijzen. Als AirHelp niet-ontvankelijk zou worden verklaard, bewerkstelligt dit namelijk de afwijzing van de hoofdvordering. Daarbij komt dat de vraag of de passagier haar eventuele vorderingsrecht (geldig) aan AirHelp heeft overgedragen, beoordeling vergt van het materiële geschil. Dit is voorbehouden aan de rechter in de hoofdzaak en is dus geen procedurele kwestie. De incidentele vordering tot niet-ontvankelijkheid zal daarom worden afgewezen.
3.3.
De vervoerder zal in het incident in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de proceskosten van het incident.
3.4.
De zaak zal worden verwezen naar de rol voor het indienen van een antwoordformulier (formulier C) aan de zijde van de vervoerder.

4.De beslissing

De kantonrechter:
in het incident:
4.1.
wijst de vordering af;
4.2.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de AirHelp tot en met vandaag worden begroot op € 82,00 aan salaris van de gemachtigde van AirHelp;
in de hoofdzaak:
4.3.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 11 juni 2025 voor het indienen van een antwoordformulier (formulier C) aan de zijde van de vervoerder;
4.4.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Zoals bedoeld in artikel 7 van Pro de Verordening (EG) nr. 261/2004 en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie.