De passagiers sloten een vervoersovereenkomst met de vervoerder voor een vlucht van Amsterdam naar Lissabon op 10 maart 2023, die door de vervoerder werd geannuleerd. De passagiers vorderden compensatie, terugbetaling van ticketkosten en vergoeding van meerkosten van een alternatieve vlucht.
De vervoerder erkende de vergoeding van meerkosten van de alternatieve vlucht, maar stelde dat de ticketkosten al waren terugbetaald. Dit bleek niet juist omdat de overgelegde bewijsstukken betrekking hadden op een andere passagier. De vervoerder beriep zich op buitengewone omstandigheden, maar kon onvoldoende aantonen dat hij alle redelijke maatregelen had getroffen om alternatief vervoer te bieden.
De kantonrechter oordeelde dat de vervoerder onvoldoende had onderbouwd dat hij de passagiers een alternatieve vlucht had aangeboden of dat dit onmogelijk was. Daarom moest de vervoerder compensatie betalen, inclusief wettelijke rente vanaf het moment van schade. Verzoek tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten werd afgewezen, en proceskosten werden aan de vervoerder opgelegd.
De beschikking werd uitgesproken door kantonrechter M.W. Koenis en is niet vatbaar voor hoger beroep.