ECLI:NL:RBNHO:2025:5475
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering vervangende schadevergoeding voor ondeugdelijk tuinwerk na verhuizing
De zaak betreft een geschil over tuinwerkzaamheden waarbij de opdrachtgeefster vervangende schadevergoeding vordert van de aannemer wegens ondeugdelijk uitgevoerd werk en uitgebleven herstel. Na betaling van een deel van de werkzaamheden en ingebrekestelling ontbindt zij de overeenkomst partieel en vordert zij vergoeding van herstelkosten.
De aannemer voert verweer dat de opdrachtgeefster is verhuisd en geen eigenaar meer is van de tuin, waardoor zij geen belang meer heeft bij haar vordering. Ook betwist hij de hoogte van de schade en de betaling.
De rechtbank oordeelt dat de opdrachtgeefster haar schade niet aannemelijk heeft gemaakt, mede omdat zij geen eigenaar meer is van de tuin en niet heeft toegelicht waar haar schade uit bestaat. De vordering tot vervangende schadevergoeding kan daardoor niet worden toegewezen. Ook een beroep op ontbinding is onvoldoende onderbouwd.
De vorderingen worden afgewezen en de opdrachtgeefster wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot vervangende schadevergoeding wordt afgewezen wegens gebrek aan aannemelijkheid van schade en ontbreken van belang door verhuizing.