Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2025:5490

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
9 april 2025
Publicatiedatum
20 mei 2025
Zaaknummer
10693935 \ CV EXPL 23-5879
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering wegens niet-oneerlijk incassokostenbeding in algemene voorwaarden

De zaak betreft een bodemprocedure tussen GVB Exploitatie B.V. en een gedaagde partij die niet is verschenen. De kantonrechter heeft bij tussenvonnis de eisende partij de gelegenheid gegeven om zich uit te laten over de eerlijkheid van een incassokostenbeding in de algemene voorwaarden. De eisende partij heeft daarop een akte genomen waarin zij betoogt dat het beding niet oneerlijk is, waarbij artikel 6.7 en 6.8 van de Productvoorwaarden samen moeten worden gelezen.

De kantonrechter volgt dit standpunt en oordeelt dat het incassokostenbeding niet oneerlijk is. De vordering wordt deels toegewezen: een bedrag van €506,33 aan hoofdsom, vermeerderd met buitengerechtelijke kosten van €75,95, terwijl de vordering tot vergoeding van rente wordt afgewezen vanwege een te hoog berekend bedrag. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf de dag van dagvaarding over het toegewezen bedrag.

De gedaagde wordt in het ongelijk gesteld en veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, rente en proceskosten, die zijn vastgesteld op dagvaarding €107,84, griffierecht €322,00 en salaris gemachtigde €132,00. De veroordeling is uitvoerbaar bij voorraad. Voor het overige wordt de vordering afgewezen.

Uitkomst: De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €582,28 plus wettelijke rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10693935 \ CV EXPL 23-5879
Uitspraakdatum: 9 april 2025
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
GVB Exploitatie B.V.
te Amsterdam
de eisende partij
gemachtigde: Trust Krediet Beheer B.V.
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.De verdere procedure

1.1.
Bij tussenvonnis van 14 februari 2024 (hierna: het tussenvonnis) heeft de kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de eventuele (on-) eerlijkheid van een in de Productvoorwaarden opgenomen beding die verband houdt met de vordering. Ter uitvoering van het tussenvonnis heeft de eisende partij op 13 maart 2024 een akte (hierna: de akte) genomen. Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
2.1.
In de akte na tussenvonnis heeft de eisende partij zich uitgelaten over de eventuele (on)eerlijkheid van een in die voorwaarden opgenomen beding die verband houdt met de vordering.
2.2.
De eisende partij heeft zich in de akte op het standpunt gesteld dat artikel 6.7 van de Productvoorwaarden in samenhang moet worden gelezen met artikel 6.8 van de Productvoorwaarden. De kantonrechter volgt dat standpunt. Daarom is de kantonrechter van oordeel dat beding niet oneerlijk is.
Conclusie en proceskosten
2.3.
Voor het overige blijft de kantonrechter bij wat in het tussenvonnis is overwogen en beslist.
2.4.
Gelet op het voorgaande is van de hoofdsom een bedrag van € 506,33 (€ 510,83 -
€ 4,50) toewijsbaar.
2.5.
De buitengerechtelijke kosten zijn toewijsbaar over deze hoofdsom, tot een bedrag van € 75,95.
2.6.
De vordering tot vergoeding van de verschenen rente zal worden afgewezen, omdat de eisende partij die rente (gelet op de toewijsbare hoofdsom) over een te hoog bedrag heeft berekend. De wettelijke rente zal worden toegewezen over de toewijsbare hoofdsom vanaf de dag van de dagvaarding.
2.7.
De gedaagde partij wordt (grotendeels) in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 582,28, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 506,33 vanaf 28 augustus 2023 tot aan de dag van de gehele betaling;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 107,84;
griffierecht € 322,00;
salaris gemachtigde € 132,00;
3.3.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Woerdman en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter