ECLI:NL:RBNHO:2025:5493

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
20 mei 2025
Publicatiedatum
20 mei 2025
Zaaknummer
C/15/364935 FT RK 25/298
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287 lid 4 Fw.
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning voorlopige voorziening ter schorsing ontruiming woning na beëindigde schuldsanering

Schuldenares is op grond van een vonnis verplicht haar woning te ontruimen vanwege huurachterstand. Zij heeft een verzoek tot moratorium ingediend om een minnelijke schuldregeling te kunnen treffen met haar schuldeisers. De rechtbank kan dit verzoek echter pas na de geplande ontruiming behandelen.

Om te voorkomen dat schuldenares haar woning verliest voordat haar verzoek is behandeld, heeft de rechtbank een voorlopige voorziening getroffen. Hiermee wordt de uitvoering van het ontruimingsvonnis geschorst en de huurovereenkomst verlengd, onder de voorwaarde dat schuldenares de lopende huur tijdig en volledig betaalt.

De rechtbank houdt rekening met het feit dat schuldenares eerder in de Wet schuldsanering natuurlijke personen (wsnp) heeft gezeten, welke regeling recentelijk tussentijds is beëindigd wegens niet-naleving van verplichtingen. Desondanks acht de rechtbank het niet ondenkbaar dat de omstandigheden zijn verbeterd, mede op basis van verklaringen van de schuldhulpverlener en schuldenares zelf.

De voorlopige voorziening geldt totdat de rechtbank definitief op het moratoriumverzoek beslist of het verzoek wordt ingetrokken. De rechtbank verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en geeft aan dat de verhuurder de woning niet mag ontruimen zolang aan de voorwaarden wordt voldaan.

Uitkomst: De rechtbank schorst de ontruiming en verlengt de huurovereenkomst onder de voorwaarde dat de huur tijdig en volledig wordt betaald.

Uitspraak

BESCHIKKING VOORLOPIGE VOORZIENING

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
zittingsplaats: Haarlem
afdeling: Handel, Kanton en Insolventie
zaaknummer: 15/364935 FT RK 25/298
naam rechter: mr. M.P. de Valk
uitspraakdatum: 8 mei 2025
in de zaak van: [schuldenares] (hierna: schuldenares)
geboren op: [geboortedatum] 1980 te [plaats 1]
wonende te: ([postcode]) [plaats 2], [adres]
schuldhulpverlener: Gemeente [plaats 2]
tegen
verhuurder: de stichting Stichting Ymere
gevestigd te: Amsterdam
vertegenwoordigd door: Geerlings en Hofstede Gerechtsdeurwaarders

1.Samenvatting

Schuldenares wil proberen een minnelijke schuldregeling met haar schuldeisers te treffen, maar de verhuurder dreigt de woning van schuldenares te ontruimen. Schuldenares heeft de rechtbank verzocht het ontruimingsvonnis te schorsen (verzoek tot moratorium). De rechtbank kan dat verzoek pas behandelen na de geplande ontruiming. Daarom moet de rechtbank nu (als voorlopige maatregel) beoordelen of schuldenares in de woning kan blijven totdat de rechtbank definitief op het verzoek van schuldenares heeft beslist.

2.Beslissing van de rechtbank

De rechtbank schorst de uitvoering van het ontruimingsvonnis. Dit betekent dat schuldenares de komende tijd nog in haar woning kan blijven wonen.

3.Gevolgen voor schuldenaar

  • Schuldenares hoeft de woning niet te ontruimen zolang de rechtbank nog niet op het verzoek tot moratorium heeft beslist.
  • Deze schorsing heeft als voorwaarde dat schuldenares de lopende huur steeds volledig en tijdig (dus vóór de eerste van de maand) betaalt. Als schuldenares zich niet aan deze voorwaarde houdt, vervalt de schorsing. De verhuurder kan schuldenares dan weer tot ontruiming van de woning dwingen.
  • De rechtbank verlengt de huurovereenkomst gedurende de schorsing.
  • De rechtbank zal het verzoek tot moratorium binnen enkele weken behandelen. Schuldenares zal daarvoor een uitnodiging ontvangen.

4.Redenen voor deze beslissing

Schuldenares moet op grond van een vonnis wegens een huurachterstand haar woning ontruimen. Schuldenares wil proberen een minnelijke schuldregeling met al haar schuldeisers te treffen. Daarvoor is belangrijk dat de situatie van schuldenares stabiel is en blijft. Dat geldt ook voor haar woonsituatie. De rechtbank kan het verzoek moratorium alleen niet behandelen vóór de datum van de geplande ontruiming. Daarom zal de rechtbank met deze voorlopige maatregel de verhuurder verbieden de woning van schuldenares te ontruimen.
De rechtbank voegt hier nog te volgende aan toe. Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat schuldenares eerder in de wsnp heeft gezeten en dat deze regeling recent tussentijds is beëindigd omdat schuldenares zich niet heeft gehouden aan de informatieplicht en sollicitatieplicht. Normaal gesproken is dan de conclusie gerechtvaardigd dat een nieuw verzoek om toelating tot de wsnp als niet heel kansrijk moet worden beoordeeld, zodat doorgaans het aan het wsnp-verzoek gekoppelde verzoek om een voorlopige voorziening niet voor toewijzing in aanmerking komt. Aan het nieuwe verzoek om toelating tot de wsnp is evenwel gehecht een uitvoerige verklaring van 2 mei 2025 van de schuldhulpverlener [betrokkene] en een ongedateerde verklaring van schuldenares zelf. Op grond van deze verklaringen acht de rechtbank het niet ondenkbaar dat de omstandigheden die hebben geleid tot tussentijdse beëindiging zich inmiddels ten goede hebben gekeerd. Dit is voor de rechtbank aanleiding om toch een voorlopige voorziening te treffen in afwachting van de mondelinge behandeling van het verzoek om een moratorium. Aldaar kan dan de wenselijkheid hiervan nader onderzocht worden met toepassing van hoor en wederhoor.

5.Stukken waarop deze beschikking is gebaseerd

 verzoekschrift van schuldenares met bijlagen.

6.Gevolgen van deze beschikking

  • De rechtbank schorst de uitvoering het ontruimingsvonnis en verlengt de huurovereenkomst tussen partijen. De verhuurder mag de woning dus niet ontruimen.
  • De rechtbank bepaalt dat de schorsing alleen geldt zolang schuldenares de lopende huur tijdig en volledig betaalt.
  • De rechtbank bepaalt dat de schorsing in ieder geval vervalt op het moment dat het verzoek tot moratorium wordt ingetrokken of dat een beslissing daarover is gegeven.
  • De rechtbank verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

7.Mogelijkheden om deze beschikking aan te vechten

Deze uitspraak kan binnen drie maanden na de uitspraakdatum worden aangevochten bij het gerechtshof Amsterdam. Dit kan alleen met behulp van een advocaat.
De griffier De rechter