ECLI:NL:RBNHO:2025:5501

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
21 mei 2025
Publicatiedatum
20 mei 2025
Zaaknummer
11528422 \ CV EXPL 25-708
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond wegens onvoldoende onderbouwing vordering energieleveringsovereenkomst

Direct Pay Services stelde bij dagvaarding betaling van € 1.551,61 plus rente te vorderen van eiser wegens een vermeende energieleveringsovereenkomst met diens rechtsvoorganger. Eiser verscheen niet, waarna verstekvonnis werd uitgesproken. Eiser kwam in verzet tegen dit vonnis en betwistte het bestaan van de overeenkomst.

Hoist Finance, als rechtsopvolger van Direct Pay Services, kon vanwege tijdsverloop geen onderliggende stukken overleggen ter onderbouwing van de vordering. Ook waren bij eerdere procedures geen facturen of correspondentie van Energiedirect B.V. overgelegd. De kantonrechter oordeelde dat de vordering onvoldoende was onderbouwd.

Het verzet werd daarom gegrond verklaard, het verstekvonnis vernietigd en de oorspronkelijke vordering alsnog afgewezen. Hoist Finance werd veroordeeld in de proceskosten, met uitzondering van de kosten van de verzetdagvaarding die door eiser zelf gedragen moeten worden.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard, het verstekvonnis vernietigd en de oorspronkelijke vordering afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11528422 \ CV EXPL 25-708
Uitspraakdatum: 21 mei 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser]
wonende te [plaats]
eiser in het verzet
verder te noemen: [eiser]
gemachtigde: mr. O. Saaliti
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Hoist Finance AB
gevestigd te Stockholm
gedaagde in het verzet
verder te noemen: Hoist Finance
gemachtigde: LAVG BV (Groningen)

1.Het procesverloop

1.1.
Direct Pay Services heeft bij inleidende dagvaarding van 8 december 2015 een vordering ingesteld tegen [eiser].
1.2.
[eiser] is niet verschenen, waarna [eiser] bij verstekvonnis van 15 februari 2017 is veroordeeld.
1.3.
Bij dagvaarding van 31 januari 2025 is [eiser] in verzet gekomen tegen het verstekvonnis.
1.4.
Hoist Finance heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna [eiser] een schriftelijke reactie heeft gegeven.
1.5.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Feiten

2.1.
Direct Pay Services heeft haar vermeende vorderingsrecht overgedragen aan Hoist Finance.
2.2.
Hoist Finance heeft het verstekvonnis op 8 januari 2025 aan [eiser] betekend.

3.Het geschil

3.1.
Direct Pay Services heeft bij inleidende dagvaarding betaling gevorderd van € 1.551,61, te vermeerderen met de wettelijke rente. Direct Pay Services heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat tussen haar rechtsvoorganger (Energiedirect B.V.) en [eiser] een overeenkomst met betrekking tot de levering van energie tot stand is gekomen. Volgens Direct Pay Services is [eiser] tekortgeschoten in de nakoming van zijn betalingsverplichting.
3.2.
[eiser] is bij verstek veroordeeld tot betaling van het gevorderde.
3.3.
[eiser] vordert, in de verzetdagvaarding, ontheffing van de veroordeling en afwijzing van de oorspronkelijke vordering. [eiser] betwist dat hij een energieleveringsovereenkomst heeft gesloten met Energiedirect B.V.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna voor zover nodig verder ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt vast dat het verzet tijdig en op de juiste wijze is ingesteld, zodat [eiser] in zijn verzet kan worden ontvangen.
4.2.
[eiser] betwist dat hij een overeenkomst met (de rechtsvoorganger van) Hoist Finance is aangegaan. Hoist Finance stelt dat deze overeenkomst wel bestaat, maar heeft aangegeven dat zij (vanwege het tijdsverloop) niet meer over de onderliggende stukken beschikt. Hoist Finance heeft zich bij conclusie van antwoord in oppositie gerefereerd aan het oordeel van de kantonrechter. Ook bij inleidende dagvaarding zijn er door Direct Services B.V. (de rechtsvoorganger van Hoist Finance) geen facturen, aanmaningen en/of andere correspondentie/stukken afkomstig van Energiedirect overgelegd. De kantonrechter is daarom van oordeel dat zowel Hoist Finance als haar rechtsvoorganger de vordering onvoldoende hebben onderbouwd.
4.3.
De conclusie is dat het verzet gegrond is. Het verstekvonnis kan dan ook niet in stand blijven. De oorspronkelijke vordering zal alsnog worden afgewezen.
4.4.
Hoist Finance wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van zowel de verstek- als de verzetprocedure, met dien verstande dat de kosten van de verzetdagvaarding door [eiser] zelf gedragen moeten worden.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
verklaart het verzet gegrond en vernietigt het verstekvonnis van 15 februari 2017 met zaaknr/rolnr. 5667558 / CV EXPL 17-742;
5.2.
wijst de oorspronkelijke vordering alsnog af;
5.3.
veroordeelt Hoist Finance tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor [eiser] worden vastgesteld op een bedrag van € 408,00 aan salaris van de gemachtigde van [eiser];
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter