Partijen, voormalig partners, zijn betrokken bij een geschil over de omgang met hun minderjarige kind. De man vordert nakoming van de omgangsregeling zoals vastgesteld in juli 2023, met dwangsom bij niet-nakoming. De vrouw verzet zich en vordert een beperkte omgangsregeling voor de duur van de bodemprocedure, stellende dat het kind zich onveilig voelt bij de man vanwege spanningen en ruzies in zijn huishouden.
De rechtbank stelt vast dat de omgang niet conform de beschikking van juli 2023 plaatsvindt en dat spoedige duidelijkheid nodig is. Uit een rapport van het Leger des Heils blijkt dat het kind de omgang als belastend ervaart en zich onveilig voelt door de spanningen tussen de man en zijn partner. De man betwist deze feiten, maar de rechtbank acht het rapport betrouwbaar.
Gezien het belang van het kind en de omstandigheden acht de rechtbank niet-nakoming van de omgangsregeling gerechtvaardigd en wijst de vordering van de man af. Tegelijk stelt zij een voorlopige omgangsregeling vast waarbij het kind eenmaal per twee weken op zondag bij de man verblijft, waarbij de man het kind ophaalt en thuisbrengt. De kosten van het geding worden gecompenseerd.