ECLI:NL:RBNHO:2025:5647

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
22 mei 2025
Publicatiedatum
22 mei 2025
Zaaknummer
11680134
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 104 RvArt. 270 lid 1 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdverklaring kantonrechter Alkmaar in nalatenschapszaak wegens verkeerde woonplaats

De Stichting Bewind en Executele Abma Schreurs is benoemd tot vereffenaar van de nalatenschap van een overledene. De vereffenaar verzocht de kantonrechter een termijn vast te stellen waarbinnen schuldeisers hun vorderingen kunnen indienen.

De kantonrechter stelde vast dat op grond van artikel 104 Rv Pro de rechter van de laatste woonplaats van de overledene bevoegd is. Er was onduidelijkheid over de laatste woonplaats: het verzoekschrift vermeldde een andere plaats dan het Boedelregister en de eerdere beschikking. Na nadere reactie van de vereffenaar bleek de laatste woonplaats anders te zijn dan aanvankelijk aangenomen.

Hierdoor is de kantonrechter te Alkmaar niet bevoegd om het verzoek te behandelen. Op grond van artikel 270 lid 1 Rv Pro verwees de kantonrechter de zaak door naar de bevoegde kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht (Bureau Erfrecht).

Uitkomst: De kantonrechter Alkmaar verklaart zich onbevoegd en verwijst de nalatenschapszaak door naar de rechtbank Midden-Nederland.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer / rekestnummer: 11680134 \ EJ VERZ 25-153
Beschikking van 22 mei 2025
in de zaak van
de stichting
Stichting Bewind en Executele Abma Schreurs
te Purmerend ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: de vereffenaar
inzake
de nalatenschap van [naam],
geboren op [geboortedatum] te [plaats 1] , [land] , en overleden op [overlijdensdatum] te [plaats 2] , laatstelijk gewoond hebbende te [plaats 3] .

1.De procedure

1.1.
De vereffenaar heeft op 25 maart 2025 een verzoekschrift ingediend met bijlagen.
Naar aanleiding van een brief van de griffier van 1 mei 2025 heeft de vereffenaar op 6 mei 2025 een reactie per e-mail gegeven.

2.De feiten

2.1.
In een beschikking van de Rechtbank Noord-Holland van 12 maart 2025 is de Stichting Bewind en Executele Abma Schreurs, verzoeker, tot vereffenaar van de nalatenschap van de heer [naam] benoemd.

3.Het verzoek

3.1.
De vereffenaar verzoekt dat de kantonrechter een termijn bepaalt waarbinnen de schuldeisers hun vordering kunnen indienen bij de vereffenaar.

4.De beoordeling

4.1.
Op grond van artikel 104 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is in zaken betreffende nalatenschappen de rechter van de laatste woonplaats van de overledene bevoegd. In het verzoekschrift is vermeld dat erflater zijn laatste woonplaats had in [plaats 3] . Omdat in het Boedelregister en in de beschikking van 12 maart 2025 waarbij de vereffenaar is benoemd, is uitgegaan van een laatste woonplaats in [plaats 4] , heeft de griffier aan de vereffenaar gevraagd om aan te geven welke plaats als laatste woonplaats van erflater aangemerkt moet worden. Uit de nadere reactie van de vereffenaar blijkt dat uitgegaan moet worden van [plaats 3] als de laatste woonplaats van erflater. Dat betekent dat de kantonrechter te Alkmaar niet bevoegd is het verzoek te behandelen. De kantonrechter zal op grond van artikel 270 lid 1 Rv Pro de zaak, in de stand waarin deze zich bevindt, doorverwijzen naar de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht (Bureau Erfrecht).

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
verklaart zich onbevoegd van het verzoek kennis te nemen;
5.2.
verwijst de zaak in de stand waarin deze zich thans bevindt naar de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht (Bureau Erfrecht).
Deze beschikking is gegeven door mr. S.W.S. Kiliç en in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2025.